Jurgen Janssens, Lenovo: ‘AI moet waarde creëren, niet alleen een experiment blijven’
Bij AI is het niet de vraag welke tool een organisatie gebruikt, maar wat er gebeurt ná het eerste experiment. Veel CIO’s hebben inmiddels ervaring opgedaan met generatieve AI, pilots gestart of licenties uitgerold. De moeilijkere fase begint nu wanneer AI niet langer een afgebakende test is, maar onderdeel moet worden van de manier waarop een organisatie werkt, klanten bedient en zich onderscheidt.
Jurgen Janssens, Executive Director & General Manager Lenovo Benelux, ziet die verschuiving duidelijk in gesprekken met klanten. Het gesprek gaat minder over losse experimenten en meer over schaal, waarde en beheersbaarheid.
Waardecreatie
“Wat we gemiddeld zien, is een enorme verschuiving van links en rechts kleine POC’s en experimenten naar absolute waardecreatie”, zegt Janssens. “Een van de grote uitdagingen is: hoe krijg je dat geschaald? Hoe vertaal je dat in waardecreatie voor het bedrijf?”
Lenovo wil die praktische invulling niet alleen theoretisch benaderen. Janssens wijst erop dat de organisatie inmiddels ervaring heeft met AI-implementaties waarin schaal, betrouwbaarheid en zichtbaarheid samenkomen. De meest sprekende case is het recente WK van FIFA, waar Lenovo AI inzette in een omgeving met meerdere teams, locaties, tijdzones en vrijwel geen ruimte voor fouten. “Als je AI kunt laten spelen op het niveau waarop we dat voor FIFA hebben gedaan, dan kun je het voor iedereen”, zegt Janssens.
Businesscase
Een proof of concept kan aantonen dat een AI-toepassing technisch werkt. Maar volgens Janssens zegt dat nog weinig over de waarde voor de organisatie als geheel. “Een POC is meestal redelijk afgelijnd. Maar AI schalen en groots uitrollen betekent dat de toepassing op een of andere manier moet bijdragen aan bijvoorbeeld de groei van het bedrijf, aan de klantbeleving, aan interne efficiëntie, productiviteitsverhoging of de veerkracht van het bedrijf.”
Die stap vraagt om een ander gesprek tussen IT en business. “AI kan niet langer alleen binnen de IT-afdeling worden beoordeeld. De vraag wordt waar AI werkelijk verschil maakt in processen, klantinteractie en concurrentiepositie. Daar ligt de uitdaging voor CIO’s. Zij moeten niet alleen technologie beschikbaar maken, maar ook helpen bepalen welke AI-toepassingen voldoende strategische waarde hebben om op te schalen.”
AI factory
Bij FIFA kwam volgens Janssens precies samen wat veel CIO’s nu zoeken: AI die niet in een lab blijft, maar op grote schaal betrouwbaar functioneert. Lenovo bouwde daar een AI-factory waarin onder meer wedstrijdanalyse, stadionervaring, beeldtechnologie en ondersteuning van operationele processen samenkwamen. Zo werkte Lenovo aan gestabiliseerde camerabeelden van de referee cam, toepassingen rond wedstrijd- en spelersanalyse maar ook crowd control, ondersteuning van VAR-gerelateerde technologie en digitale ervaringen voor bezoekers en kijkers.
Kennis
Een tweede knelpunt is kennis. “Resources rond AI blijven een bottleneck. Het gaat vooral om mensen die voldoende kennis hebben van de businessaspecten van het bedrijf, de businessprocessen en ook de klanten.”
Daarmee wordt AI-adoptie een organisatievraagstuk. “Wie AI wil gebruiken als strategisch instrument, moet niet alleen modellen bouwen, maar ook begrijpen waar waarde ontstaat.” Lenovo’s uitgebreide partnernetwerk ondersteunt een oplossing voor iedere vraag. “Door kennis van partners, internationale ervaring en kennis van collega’s te combineren, kunnen wij een totaaloplossing bieden die bewezen werkt.”
Data foundations
Volgens Janssens blijven data foundations daarom cruciaal, ook bij bedrijven die al sterk datagedreven zijn. “Dat klinkt misschien paradoxaal, maar juist organisaties met veel data merken hoe complex het is om die data op een manier beschikbaar te maken die AI op schaal ondersteunt.”
De echte waarde ontstaat wanneer modellen en agents kunnen werken met de eigen data, context en processen van een organisatie. “Differentiatie ontstaat door de mate waarin je agents kunt trainen, niet alleen op publieke data, maar vooral op eigen data foundations en eigen datasets.”
Hybride fundament
Lenovo benadert AI nadrukkelijk als infrastructuurvraagstuk. Wie AI breed wil uitrollen, heeft niet alleen modellen nodig, maar ook geschikte werkplekken, rekenkracht, geheugen, edge-capaciteit, datacenterinfrastructuur en services.
Daar ligt ook Lenovo’s onderscheidende positie. Het bedrijf kijkt niet naar AI als één laag in de technologie-stack, maar als een end-to-end vraagstuk; van persoonlijke productiviteit en werkplekken tot enterprise-processen, edge-omgevingen en datacenters. Daarbij speelt het ecosysteem een belangrijke rol. Met het AI Innovators Program werkt Lenovo samen met partners aan toepasbare AI-oplossingen, terwijl de AI Library klanten toegang geeft tot bewezen use cases die sneller kunnen worden ingezet. Daarmee hoeft een organisatie niet telkens vanaf nul te beginnen, maar kan zij voortbouwen op oplossingen die al in de praktijk zijn ontwikkeld en gevalideerd.
AI in de edge
Lenovo verwacht dat AI vaker dichter bij de gebruiker zal draaien. “Dat heeft niet alleen te maken met latency, maar vooral met security en soevereiniteit. Sommige beslissingen en data kunnen beter lokaal of op gecontroleerde infrastructuur worden verwerkt.”
Die edge-benadering past bij Lenovo’s positie. Het bedrijf levert devices, werkplekken, infrastructuur en datacenteroplossingen, en ziet AI daardoor niet als puur cloudvraagstuk. Voor veel organisaties zal de toekomst hybride zijn: public AI, enterprise AI en personal AI bestaan naast elkaar.