CERN-project MALT: De moeizame ontsnapping aan de macht van Microsoft
Het begon in 2018 met een blauwe envelop die zelfs voor een instituut als CERN onverteerbaar was. Na jarenlang gebruik te hebben gemaakt van gunstige academische kortingen, besloot Microsoft de voorwaarden eenzijdig te wijzigen. De boodschap was helder: CERN werd niet langer als onderwijsinstelling beschouwd. Het resultaat? Een dreigende vertienvoudiging van de licentiekosten.
Deze financiële schokgolf vormde de aanleiding voor het ambitieuze MALT-project (Microsoft Alternatives). Claudia van Kruistum, Project Manager Nextcloud bij SURF en expert op het gebied van digitale autonomie, analyseert de lessen van dit project. Haar conclusie is ontnuchterend: volledige onafhankelijkheid van techreuzen is in de huidige wereld geen kwestie van techniek, maar van sociale en organisatorische macht.
De wake-up call van een technologiereus
Zelfs CERN, de plek waar het wereldwijde web werd uitgevonden en waar de meest geavanceerde deeltjesversnellers ter wereld staan, bleek kwetsbaar voor een zogeheten vendor lock-in. De afhankelijkheid van één enkele softwareleverancier bleek een strategisch risico dat niet langer genegeerd kon worden.
Met het MALT-project wilde CERN onderzoeken of een organisatie van een dergelijke omvang en complexiteit kan overleven zonder de alomtegenwoordige software van Microsoft. Het doel was tweeledig: de operationele kosten beheersbaar houden en de digitale autonomie herwinnen.
Slimme architectuur als schild
Het goede nieuws is dat CERN erin slaagde om de grip van de leverancier op de vitale infrastructuur te versoepelen. Volgens Van Kruistum lag de sleutel in een slimme, modulaire architectuur. "CERN verminderde de afhankelijkheid door het achterliggende systeem slimmer in te richten," legt ze uit.
De organisatie bouwde onder meer:
- CERNBox: Een eigen systeem voor de opslag van bestanden en onderzoeksdata.
- Eigen identiteitsplatformen: Een inlogsysteem dat losstaat van de commerciële cloud, waardoor de controle over gebruikersdata bij CERN zelf blijft.
- Open systemen: Servers, opslag en ontwikkeltools draaien nu op open-source fundamenten.
Door deze modulaire opzet kan CERN onderdelen onafhankelijk van elkaar vervangen. Als een leverancier de prijzen verhoogt of de voorwaarden aanpast, kan één 'blokje' uit de architectuur worden gehaald zonder dat de hele organisatie tot stilstand komt.
De hardnekkige realiteit van het netwerkeffect
Ondanks de technologische successen bleek een volledige breuk met Microsoft een brug te ver. Exchange bleef de standaard voor e-mail en agenda, en Office 365 is nog altijd de norm op de werkvloer. De reden hiervoor is niet dat er geen alternatieven bestaan – open-source varianten zijn volop beschikbaar – maar het zogeheten 'netwerkeffect'.
"Documenten met complexe opmaak of macro’s moesten blijven werken," aldus Van Kruistum. Wanneer de rest van de wetenschappelijke wereld communiceert via specifieke Microsoft-workflows, wordt een overstap naar een ander systeem een sociaal isolement. Bovendien draait cruciale technische en wetenschappelijke software soms uitsluitend op Windows. De kosten van een volledige migratie, inclusief het omscholen van personeel en het risico op incompatibiliteit met partners, wogen simpelweg niet op tegen de baten.
Een hybride overlevingsstrategie
Uiteindelijk koos CERN voor een pragmatische tussenweg: een hybride strategie. Microsoft bood een overgangsperiode van tien jaar voor de prijsstijgingen, wat de noodzaak voor een onmiddellijke, radicale migratie wegnam. Het MALT-project verschoof hiermee van een 'exit-strategie' naar een methode om de eigen onderhandelingspositie te versterken. Door te laten zien dat alternatieven werkbaar zijn, sta je sterker aan de onderhandelingstafel.
De les voor Nederland
De ervaringen van CERN resoneren sterk binnen de Nederlandse onderwijs- en onderzoekswereld, waar instellingen zoals SURF dagelijks worstelen met vergelijkbare vraagstukken over digitale soevereiniteit.
De belangrijkste les van het MALT-project is volgens Van Kruistum dat techniek zelden de blokkade vormt. "De grootste uitdagingen zitten in de sociale en organisatorische werkelijkheid: gewoonten van gebruikers, samenwerking met externe partners en dominante ecosystemen bepalen vaak welke oplossingen werkelijk haalbaar zijn."
Digitale autonomie is geen individuele strijd die een organisatie in haar eentje kan winnen door simpelweg andere software te installeren. Het vereist een collectieve verschuiving in hoe we samenwerken. CERN heeft laten zien waar de grenzen liggen; de volgende stap is aan de rest van de sector om die grenzen gezamenlijk te verleggen.