Kan Brussel het prijsverschil met Chinese batterijen halveren?
Europa kan de enorme achterstand op China in de batterijsector alleen inhalen als het bereid is een 'soevereiniteitspremie' te betalen. Dat stelt de organisatie Transport & Environment (T&E) in een verschenen analyse.
Momenteel is het produceren van batterijen in China circa 90% goedkoper dan in Europa. Volgens T&E kan dit verschil tegen 2030 slinken naar 30%, mits Brussel krachtig ingrijpt. Dit komt neer op een meerprijs van gemiddeld 500 euro per elektrisch voertuig (EV). De organisatie frameert dit bedrag niet als een last, maar als een noodzakelijke investering in strategische onafhankelijkheid.
Om dit te bereiken, moet de Europese Commissie in de komende Industrial Accelerator Act strikte "Made-in-EU"-voorwaarden verbinden aan subsidies. Zonder deze lokale eisen zullen Europese fabrieken nooit de schaalvoordelen behalen die nodig zijn om te concurreren met de Chinese dominantie.
De weg naar 2030 is echter uitdagend: Europese producenten moeten de uitvalpercentages drastisch verlagen en processen automatiseren om het prijsverschil te verkleinen tot ongeveer 14 dollar per kilowattuur. Of Brussel kiest voor protectionisme of open markten, zal bepalend zijn voor Europa's rol in de wereldwijde EV-race.