Breton: Europa beschikt over de kaarten om de machtsverhouding vorm te geven
Europa wordt vaak voorgesteld als een achterblijver in de digitale race, met het idee dat het continent de aansluiting heeft gemist door het ontbreken van eigen techgiganten zoals de Amerikaanse en Chinese platformen. Thierry Breton, voormalig Eurocommissaris voor Interne Markt en Diensten, weerspreekt dit en stelt dat Europa juist strategische kaarten in handen heeft om zich te weren en te innoveren in een wereld waar vertrouwen plaatsmaakt voor machtsstrijd. Het continent beschikt volgens Breton over kritieke infrastructuur, unieke spelers zoals ASML en IMEC, een enorme interne markt en een regelgevend arsenaal dat zijn weerga niet kent. Het gaat erom deze middelen doeltreffend in te zetten als instrumenten van macht.
De naoorlogse orde, die berustte op geïnstitutionaliseerd vertrouwen, maakt plaats voor een nieuwe realiteit waarin openlijke machtsstrijd centraal staat. Handelsoorlogen, technologie-exportcontroles en economische spionage tonen aan dat vertrouwen alleen niet meer voldoende is. Europa kan zich niet langer beperken tot de rol van volgzaam partner, maar moet zijn afhankelijkheden in kaart brengen en strategisch heroverwegen. Dit betekent dat kritieke infrastructuur, data en diensten moeten worden afgeschermd en onder Europees recht moeten vallen, zonder daarbij de samenwerking met externe partijen volledig af te wijzen.
Sterke basis
Europa heeft volgens Breton een constellatie van technologische spelers die samen een aanzienlijke basis vormen, zoals ASML in lithografie, IMEC in micro-elektronica, en bedrijven als OVHcloud, Thales en Siemens op het gebied van cloud, cybersecurity en industriële software. Deze capaciteiten maken het mogelijk om vitale functies te beschermen en geloofwaardige alternatieven te bieden. Daarnaast biedt de interne markt van Europa, een van de grootste ter wereld, volgens Breton een krachtig instrument om regels op te leggen aan bedrijven die hier actief zijn. Een volwaardige Kapitaalmarktenunie is hierbij cruciaal om Europese bedrijven te beschermen tegen externe overnames en kwetsbaarheden.
De volgende fase van digitalisering, die draait om industriële data, biedt Europa volgens Breton de kans om zijn sterke punten te benutten. Het continent is aanzienlijk industriëler dan de Verenigde Staten, met een dicht netwerk van fabrieken en technische systemen. Deze bronnen moeten worden beschermd, ontwikkeld en op eigen voorwaarden worden gemonetariseerd. Regelgeving zoals de GDPR, DSA, DMA, Data Act en AI Act vormen samen de pijlers van een echte digitale interne markt, die essentieel is voor het creëren van schaal en innovatie.
Om deze ambities waar te maken, moet Europa volgens Breton zijn politieke werkwijze aanpassen. Het gaat niet langer om het erkennen van vermeende achterstand, maar om het actief beheren van machtsdynamieken. Dit vereist een assertieve houding, waarbij Europa zijn afhankelijkheden en activa strategisch inzet en bereid is om, waar nodig, vastberadenheid en wederkerigheid te tonen. In een wereld waar digitale soevereiniteit een centrale rol speelt in de machtsstrijd, is het tijd voor een Europa dat zijn eigen belangen met overtuiging verdedigt.