AI-soevereiniteit uitgegroeid tot essentieel onderdeel van bedrijfsstrategie
AI-soevereiniteit is voor organisaties in Europa, het Midden-Oosten en Afrika (EMEA) een essentieel onderdeel van de bedrijfsstrategie geworden. Toch kampt de meeste organisaties met systemen die moeilijk aan te passen of te vervangen zijn. Daarnaast ontbreekt het veel organisaties aan inzicht in hun afhankelijkheden van leveranciers, AI-modellen en de onderliggende infrastructuur.
Dit blijkt uit het wereldwijde onderzoek The Calculus of AI Sovereignty van het IBM Institute for Business Value, uitgevoerd onder 370 senior executives in EMEA en 1.000 wereldwijd. 83 procent van de CEO’s ziet AI-soevereiniteit als cruciaal. Het Europese beleidslandschap verandert snel, wat de druk op bestuurders vergroot om transparantie te bieden over hoe data door systemen stroomt en hoe deze functioneren. Toch heeft slechts 10 procent van de ondervraagde organisaties in EMEA een goed overzicht van de afhankelijkheden binnen hun AI-omgeving.
Ana Paula Assis, Senior Vice President van IBM en Chair voor EMEA en APAC, zegt: “Dit onderzoek laat zien dat slechts een klein deel van de bestuurders vandaag de dag echt hun AI-afhankelijkheden begrijpt. De kloof tussen adoptie en controle wordt steeds groter, juist op het moment dat AI onmisbaar wordt. Voor organisaties is de combinatie van open-source technologie en controle wat selectieve soevereiniteit mogelijk maakt. Het gaat daarbij om het verkrijgen van het juiste niveau van zeggenschap waar dat het meest relevant is, zonder overal de kosten van volledige onafhankelijkheid te dragen.”
Veerkracht
Operationele flexibiliteit is steeds belangrijker om veerkracht te behouden in een wereld met voortdurende verstoringen. Toch geeft 73 procent van de respondenten in EMEA aan dat het moeilijk zou zijn om over te stappen naar een andere primaire AI-leverancier of -model. Daarnaast vindt 70 procent van de bestuurders in de regio het uitdagend om te voldoen aan vereisten rond dataresidentie en soevereiniteit per geografische regio. Dit voegt complexiteit toe bij het verplaatsen van AI-systemen of data tussen verschillende omgevingen.
Keuzevrijheid blijkt van groot belang: 71 procent van de executives in EMEA is bereid een kostenstijging van 20 procent te accepteren om hun huidige AI-leveranciers te behouden, mits dit de strategische flexibiliteit vergroot. Bovendien zou een uitval van de primaire AI-leverancier van zeven dagen of langer voor 81 procent van de respondenten in EMEA een ernstige of kritieke impact hebben, waarbij bedrijfsactiviteiten grotendeels tot stilstand zouden komen. Organisaties meldden gemiddeld zeven AI-gerelateerde operationele verstoringen in de afgelopen twee jaar, waarbij storingen bij leveranciers de belangrijkste oorzaak waren.
Hoewel 73 procent van de organisaties hun AI-omgeving beschrijft als bewust multi-vendor, wordt deze diversiteit in de praktijk vaker gedreven door interne en operationele realiteit dan door een bewuste strategie. Onafhankelijke beslissingen van businessunits (68%) en geografische noodzaak (67%) zijn de belangrijkste drijvende krachten. Ook legacy-complexiteit, als gevolg van fusies, overnames en historische keuzes, speelt een rol (53%).
Minder downtime door juiste beheermogelijkheden
Uit het onderzoek komt naar voren dat organisaties met de meest geavanceerde AI-beheermogelijkheden minder AI-downtime ervaren en 55 procent meer operationele winst beschermen tegen AI-gedreven verstoringen. Toch opereert slechts 7 procent van de ondervraagde organisaties op dit niveau, wat wijst op een groeiende kloof tussen organisaties die flexibele AI-systemen bouwen en organisaties die worden beperkt door afhankelijkheden.
Het onderzoek biedt een routekaart voor senior executives om flexibele, veerkrachtige en soevereine AI-systemen te ontwikkelen. Het onderzoek is hier beschikbaar.