Gemeenten gaan nog altijd de fout in met bescherming van persoonsgegevens
Ondanks herhaalde waarschuwingen van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) in 2017 publiceren gemeenten nog steeds per ongeluk persoonsgegevens van burgers op internet. Uit onderzoek van NOS en Nieuwsuur blijkt dat honderden documenten met gevoelige informatie, zoals e-mailadressen, telefoonnummers, adressen, identiteitsbewijsnummers en burgerservicenummers (bsn), openbaar toegankelijk zijn.
De datalekken treden met name op wanneer inwoners een vergunning aanvragen of reageren op plannen in hun omgeving, zoals de komst van een asielzoekerscentrum. Hoewel gemeenten verplicht zijn om documenten openbaar te maken volgens de Wet Open Overheid, moeten persoonsgegevens hieruit worden verwijderd. Dit gebeurt echter niet altijd of niet voldoende, waardoor de gegevens toch zichtbaar blijven.
In 255 documenten trof de NOS bsn’s aan, waaronder een document van de gemeente Pijnacker-Nootdorp met 43 bsn’s, namen, adressen, e-mailadressen en soms telefoonnummers van burgers die hun mening gaven over een nieuwbouwproject. Ook publiceerde de gemeente Midden-Delfland vorige zomer per ongeluk een document met namen en adressen van 133 inwoners die tegen de komst van een asielzoekerscentrum waren.
AP: 'Kan leiden tot identiteitsfraude'
De AP benadrukt dat onzorgvuldig gebruik van het bsn kan leiden tot misbruik, zoals identiteitsfraude. Volgens de toezichthouder is er geen reden om bsn’s te publiceren en is dit in de regel niet toegestaan, wat het een datalek maakt. Gemeenten zijn eind vorige week door de NOS ingelicht over de gevonden gegevens en hebben sindsdien veel documenten verwijderd of zijn daarmee bezig.
Sinds 2018, toen strengere privacyregels werden ingevoerd, zijn veel gemeenten gestart met software om persoonsgegevens automatisch te anonimiseren. Toch blijft handmatige controle nodig, omdat de gebruikte systemen geen automatische check uitvoeren op gevoelige gegevens. De AP ontving vorig jaar ruim 120 meldingen van gemeenten die per ongeluk data openbaar maakten, tegenover 75 in 2014.