VNG vraagt Rijk om samenhang in digitale overheidsinfrastructuur
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW) staan positief tegenover het voorgestelde Besluit digitale overheid voor de basisinrichting van het Once-Only Technical System (OOTS). Dit Europese netwerk maakt het voor burgers en bedrijven mogelijk om bij grensoverschrijdende overheidsprocedures documenten en bewijsstukken automatisch te laten uitwisselen tussen EU-lidstaten.
Volgens de koepelorganisaties helpt een centrale landelijke basisinrichting om gemeenten te ontzorgen bij het voldoen aan de verplichtingen uit de Europese Single Digital Gateway (SDG)-verordening. Aansluiten via deze landelijke voorziening kost medeoverheden aanzienlijk minder inspanning dan wanneer elke instantie afzonderlijk een koppeling met het Europese netwerk zou moeten bouwen.
Financiering en compensatie als knelpunt
Ondanks de steun voor de technische insteek, uiten de medeoverheden in hun consultatiereactie flinke bedenkingen bij de voorgestelde financiële afwikkeling. In de toelichting van het besluit wordt gesuggereerd dat de beheers- en ontwikkelkosten door de 'afnemers' worden gedragen. De VNG en haar zusterorganisaties benadrukken echter dat het aansluiten op OOTS een nieuwe, wettelijk opgelegde taak is die voortvloeit uit Europese regelgeving.
Op grond van Artikel 2 van de Financiële verhoudingswet is het Rijk verplicht om decentrale overheden volledig te compenseren voor de kosten die gepaard gaan met nieuwe taken. De koepels benadrukken dat gemeenten zowel incidentele kosten maken—zoals het aanpassen van digitale aanvraagformulieren, software-applicaties en werkprocessen—als structurele kosten voor beveiliging, updates en audits. Deze kosten mogen volgens de organisaties niet zomaar bij de afnemers worden neergelegd.
Verschil in impact tussen overheidslagen
Uit de reactie blijkt verder dat de impact van OOTS sterk verschilt per bestuurslaag. Waar gemeenten een belangrijke rol spelen bij het opvragen en verstrekken van bewijsstukken (zoals uittreksels of vergunningen), is de rol voor provincies en waterschappen vooralsnog uiterst beperkt. Uit inventarisaties blijkt dat zij momenteel nauwelijks bewijsstukken nodig hebben uit andere EU-lidstaten, noch dat buitenlandse instanties documenten bij hen opvragen.
Voor gemeenten geldt bovendien de duidelijke voorkeur om bewijzen zoveel mogelijk via landelijke registraties of centrale bronnen te verstrekken, in plaats van dat elke gemeente afzonderlijk een eigen gegevensbron moet ontsluiten.
Oproep tot samenhang in digitale infrastructuur
Tot slot waarschuwen de decentrale overheden voor een versnippering van het digitale landschap. Gemeenten, provincies en waterschappen worden momenteel geconfronteerd met meerdere grote digitale dossiers tegelijk, waaronder de herziene Europese eIDAS-verordening (de e-Wallet), Europese dataspaces en nationale wetgeving zoals de Wet open overheid (Woo).
De VNG roept het Rijk op om te zorgen voor strikte samenhang in architectuur en standaarden, gebaseerd op het principe 'ontwikkel één keer, gebruik meervoudig'. Als medeoverheden voor elk nieuw Europees of nationaal initiatief een afzonderlijke koppeling moeten bouwen, dreigen de implementatie- en beheerkosten onnodig op te lopen. De organisaties dringen aan op een formeel proces voor een Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) om de financiering en governance definitief af te stemmen.