Witold Kepinski - 21 augustus 2026

Defensie verdedigt aanschaf omstreden 3D-metaalprinters

De aanschaf van drie metaal-3D-printers door het ministerie van Defensie heeft geleid tot kritische vragen in de Tweede Kamer. Kamerlid Van Lanschot maakt zich zorgen over de keuze voor apparatuur van Chinese makelij, terwijl ook Nederlandse partijen in de markt zijn. Staatssecretaris Derk Boswijk (Defensie) benadrukt echter dat het om een rechtmatige Europese aanbesteding gaat en dat de veiligheidsrisico's verwaarloosbaar zijn.

Defensie verdedigt aanschaf omstreden 3D-metaalprinters image

Volgens de staatssecretaris klopt het beeld niet dat Defensie zomaar miljoenen uitgeeft aan Chinese technologie. Het gaat om een totale opdracht van 6 miljoen euro voor drie printers, inclusief software, onderhoud en instructie voor vijf jaar. De order werd gegund via een Europese openbare aanbestedingsprocedure aan de inschrijver met de beste prijs-kwaliteitverhouding.

Hoewel de apparaten in China zijn geassembleerd, benadrukt Boswijk dat het een Europese leverancier betreft en dat de kritieke componenten afkomstig zijn uit Europa, de VS en Japan. In totaal schreven vier Europese leveranciers op de opdracht in, waaronder twee Nederlandse bedrijven.

Strategische autonomie versus regels

De aanschaf schuurt met de politieke wens om de Nederlandse en Europese defensie-industrie te versterken en minder afhankelijk te worden van landen als China. Boswijk wijst er echter op dat Defensie gebonden is aan de Aanbestedingswet 2012. Binnen Europese procedures mogen partijen of producten niet zomaar worden uitgesloten op basis van hun herkomst of nationaliteit.

Gevraagd naar de risico's van datalekkage en afhankelijkheid van Chinese leveranciers, stelt de staatssecretaris de Kamer gerust. "De software kan op een afgesloten netwerk werken. Dit voorkomt dat data op onveilige servers draait," aldus Boswijk. Bovendien betreft de aanschaf een kleinschalig onderzoeksproject. De Landmacht en Marine gaan de apparatuur gebruiken om te experimenteren met het ter plaatse printen van metalen reserveonderdelen, bijvoorbeeld bij gevechtsschade. Omdat het om een pilot gaat en niet om een cruciale productielijn, is de operationele afhankelijkheid volgens Defensie minimaal.

Versterking van de eigen markt

Kamerleden vroegen zich daarnaast af of de ingewikkelde aanbestedingseisen Nederlandse MKB-bedrijven niet buitenspel zetten. Boswijk geeft aan dat de procedure efficiënt en binnen enkele maanden is doorlopen, maar erkent dat het vergroten van de eigen strategische autonomie prioriteit heeft.

Defensie werkt onder meer via de nieuwe Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII) aan plannen om in de toekomst sneller en vaker bij Nederlandse en Europese bedrijven in te kopen. Na de zomer van 2026 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over het Nationaal Programma Defensie Industrie en Innovatie, waarin concrete stappen worden gepresenteerd om het aandeel van Nederlandse bedrijven bij defensieopdrachten te vergroten.

CyberSec BN+BW Hogenhouck m&a BW + BN
Ingram Micro EXPERIENCE 2026