Raad van State remt datahonger gemeenten
Het Kabinet wil de Europese Confiscatierichtlijn omzetten in nationale wetgeving om criminele winsten sneller en doeltreffender af te pakken. In een kritisch advies oordeelt de Afdeling advisering van de Raad van State echter dat het wetsvoorstel op cruciale punten schuurt met fundamentele rechten. Met name het voornemen om gevoelige justitiële gegevens over afgepakt vermogen zomaar te kunnen delen met gemeenten en de reclassering stuit op grote juridische bezwaren.
De Raad van State adviseert het wetsvoorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen tenzij het ingrijpend wordt aangepast.
Gemeenten in de vuurlinie: gegevensdeling onvoldoende onderbouwd
Het wetsvoorstel wijzigt de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). Hierdoor ontstaat formeel de bevoegdheid om tenuitvoerleggingsgegevens over de twee nieuwe maatregelen — 'vervallenverklaring aan de staat' en 'confiscatie' — door te spelen aan externe instanties, waaronder gemeenten.
Met deze maatregelen kan de overheid spullen of geld afpakken zonder dat daar een strafrechtelijke veroordeling van een verdachte aan ten grondslag ligt. Dat het Openbaar Ministerie straks gegevens over dit soort inbeslagnames kan delen met lokale overheden, vindt de Raad van State onaanvaardbaar zonder harde noodzaak. In de toelichting ontbreekt namelijk elke onderbouwing waarom gemeenten deze informatie nodig zouden hebben. Het advies aan de regering is helder: motiveer deze gegevensverstrekking alsnog grondig, of sluit gemeenten expliciet uit van deze informatievoorziening.
Verregaande maatregelen tasten eigendomsrecht aan
Naast de risico's voor de informatiepositie van gemeenten uit de Raad van State scherpe kritiek op de inhoudelijke uitbreiding van de strafwet. Het Kabinet kiest voor verregaande 'nationale koppen': de Nederlandse wet wordt strenger dan de Europese richtlijn voorschrijft.
Geen beperking tot zware delicten: De Confiscatierichtlijn eist dat confiscatie alleen geldt voor zware delicten of georganiseerde misdaad die aanzienlijk financieel gewin opleveren. Het wetsvoorstel laat die grens los, waardoor het risico ontstaat dat goederen ook bij lichtere feiten worden afgepakt. Dit schuurt met het door het EVRM beschermde eigendomsrecht en de proportionaliteitstoets.
Geen hoger beroep: Tegen beslissingen over de nieuwe afpakmaatregelen staat straks alleen cassatie bij de Hoge Raad open. Een feitelijke herbeoordeling van de bewijzen in hoger beroep ontbreekt, wat een ernstige inbreuk vormt op de rechtsbescherming van betrokkenen.
Willekeur door nevenschikking: De officier van justitie krijgt de vrije keuze om óf strafvervolging in te stellen, óf puur de confiscatieprocedure te starten, óf allebei. Omdat bij confiscatie een lagere bewijslast geldt, vreest de Raad van State dat het OM uit efficiëntieoverwegingen de reguliere strafvervolging sneller laat vallen.
Het Kabinet zal het wetsvoorstel nader moeten overwegen en aanpassen voordat het naar de Tweede Kamer kan worden gestuurd.