CTIVD: 'Filterkader inlichtingendiensten vermindert data-opslag, maar gegevens ook ingezet voor andere onderzoeken'
De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) heeft onderzoek gedaan naar het filterkader dat de AIVD en MIVD gebruiken bij het ongericht onderscheppen van gegevens. Uit het rapport blijkt dat dit filterkader bijdraagt aan het verminderen van de hoeveelheid opgeslagen gegevens, maar dat onderschepte gegevens in sommige gevallen ook worden gebruikt voor andere onderzoeken dan waarvoor ze oorspronkelijk werden onderschept. Dat is niet in strijd met de wet, maar mogelijk niet voorzien toen de huidige Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten werd aangenomen. De CTIVD signaleert daarnaast risico's voor de zorgvuldige verwerking van gegevens.
Bij de onderzoeksopdrachtgerichte interceptie ('OOG-interceptie') mogen de AIVD en MIVD grootschalig (internet)communicatie onderscheppen. Daarbij worden onvermijdelijk ook gegevens onderschept van personen of organisaties waar de diensten geen onderzoek naar doen. Voor de inzet van deze bevoegdheid en de verwerking van onderschepte gegevens gelden daarom strikte voorwaarden, waaronder de eis dat niet-relevante gegevens zo snel mogelijk worden verwijderd. Het filterkader is een methode voor datareductie: het bevat filters die bepalen welke gegevens relevant zijn voor een of meerdere onderzoeken van de diensten en daarom worden opgeslagen.
Gebruik voor andere onderzoeken
Volgens de CTIVD wordt een substantieel deel van de onderschepte gegevens niet opgeslagen dankzij het filterkader. Wanneer gegevens op basis van het filterkader niet worden opgeslagen, kunnen ze echter alsnog worden opgeslagen via twee andere filtermethoden. Daardoor kunnen onderschepte gegevens ook worden geraadpleegd voor andere onderzoeken dan waarvoor ze in eerste instantie zijn onderschept. De wet biedt hiervoor ruimte, maar volgens de CTIVD is het de vraag of de wetgever deze werkwijze tijdens het wetgevingsproces heeft voorzien. De commissie gaat nader onderzoek doen naar de impact van deze werkwijze op de hoeveelheid onderschepte gegevens en de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen.
De CTIVD signaleert een aantal risico's voor de zorgvuldige verwerking van gegevens in de werkwijze van de diensten. Zo worden begrippen en definities inconsistent gebruikt, bijvoorbeeld met betrekking tot het onderscheid tussen metadata en inhoud. Ook ontbreken bepaalde controles die kunnen bijdragen aan een goede werking van het filterkader. De CTIVD doet vier aanbevelingen om deze processen te verbeteren, en constateert tegelijk dat de diensten ook procedures hanteren die risico's op onrechtmatigheden verkleinen.
Het onderzoek is vastgelegd in toezichtrapport 85 over de werking en waarde van het filterkader, gepubliceerd op 27 augustus 2026. De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie hebben het rapport met hun beleidsreacties naar het parlement gestuurd.