Microsoft Edge blijft geen DMA-poortwachter
Het Gerecht van de Europese Unie heeft het beroep van het Noorse techbedrijf Opera Noorwegen ongegrond verklaard. Opera vocht een besluit van de Europese Commissie uit februari 2024 aan, waarin werd bepaald dat Microsoft Edge niet hoeft te worden aangemerkt als een 'poortwachter' (gatekeeper) onder de Digital Markets Act (DMA).
Met het vonnis blijft Microsoft definitief vrijgesteld van de strengere marktregels en verplichtingen die de DMA oplegt aan cruciale digitale platforms voor de Edge-browser.
Kwantitatieve drempels gehaald, maar geen 'belangrijke poort'
Hoewel Microsoft met Edge wel de kwantitatieve drempels van de DMA haalde (gebaseerd op onder meer omzet en gebruikersaantallen), oordeelde de Europese Commissie in 2024 dat Microsoft voldoende had onderbouwd dat de browser in de praktijk geen 'belangrijke toegangspoort' vormt voor zakelijke gebruikers om hun eindgebruikers te bereiken. Opera, maker van de gelijknamige browser, stapte daarop naar de Europese rechter.
Het Gerecht oordeelt nu dat de Commissie het besluit op juiste gronden heeft genomen:
Lage gebruiksgraden: De Commissie mocht terecht kijken naar het daadwerkelijke, relatief lage gebruik van Edge ten opzichte van concurrenten om de marktpositie te beoordelen.
Afhankelijkheid van Blink-engine: Edge maakt gebruik van de browser-engine Blink (ontwikkeld door Google/Chromium Project). Dit beperkt de mogelijkheden van Microsoft om zelfstandig controle uit te oefenen op sleutelaspecten van de dienst.
Integratie in Windows onvoldoende: Hoewel Edge standaard wordt meegeleverd op Windows en profiteert van promotie binnen het Microsoft-ecosysteem, bleek deze integratie onvoldoende om van Edge een marktbepalende poortwachter te maken.
Vervolgstappen
Het Gerecht oordeelde dat Opera weliswaar rechtstreeks en individueel geraakt werd door het besluit — en dus het recht had om de zaak aan te spannen —, maar wees alle inhoudelijke bezwaren van de Noorse browsermaker af.
Opera heeft nog de mogelijkheid om binnen twee maanden en tien dagen hoger beroep in te stellen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dit beroep zal dan uitsluitend betrekking kunnen hebben op rechtsvragen.