Rechter bevestigt beleidsvrijheid Amazon bij herstructurering
De Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam heeft op 13 augustus 2026 de gemeenschappelijke ondernemingsraad (OR) van Amazon Web Services EMEA SARL en Amazon Development Center (Netherlands) B.V. in het ongelijk gesteld. De OR was in beroep gegaan tegen een reorganisatiebesluit van het concern dat begin dit jaar werd genomen en waarbij tientallen Nederlandse banen komen te vervallen.
Amazon besloot op 22 januari 2026 tot de reorganisatie over te gaan met als doel de organisatie efficiënter in te richten. Hierbij worden onder meer internationale hub-teams samengevoegd. De ondernemingsraad maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat de reorganisatie onvoldoende cijfermatig onderbouwd was. Volgens de OR ontbrak een sluitende businesscase en had de bedrijfsleiding het advies van de werknemersvertegenwoordiging niet zonder meer mogen negeren.
De Ondernemingskamer wees het verzoek van de OR om het besluit terug te draaien echter af. In het oordeel benadrukt de rechter de beleidsvrijheid van een werkgever. Een ondernemer heeft de vrijheid om vanuit een eigen organisatorische visie te herstructureren. Volgens het hof hoeft zo'n besluit niet noodzakelijkerwijs te rusten op harde kwantitatieve gegevens of prestatie-indicatoren; kwalitatieve argumenten, zoals het stroomlijnen van internationale afdelingen, vormen eveneens een geldige onderbouwing.
Daarnaast oordeelde de rechter dat Amazon het medezeggenschapstraject correct heeft doorlopen. Het techbedrijf heeft het advies van de OR tijdig aangevraagd, het voorgeschreven overleg gevoerd en in het definitieve besluit voldoende gemotiveerd waarom op specifieke punten is afgeweken van de aanbevelingen van de raad. Daarmee is het reorganisatiebesluit volgens de Ondernemingskamer standvastig en juridisch rechtmatig gebleken.