Kloof groeit tussen opgehaald kapitaal en daadwerkelijke investeringen
De Nederlandse private equity- en venture capital-markt vertoont in de eerste helft van 2026 een uitgesproken tweedeling. Waar Nederlandse investeringsfondsen met 12,9 miljard euro het hoogste bedrag aan nieuw kapitaal ophaalden sinds 2007, bleven de daadwerkelijke investeringen in bedrijven fors achter en zakte de exitmarkt weg naar een dieptepunt. Dat blijkt uit de halfjaarlijkse marktcijfers van de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP).
Volgens de branchevereniging bevestigen de resultaten over het eerste halfjaar dat de financieringsketen voor innovatieve bedrijven op meerdere plekken vastloopt. Waar de NVP eerder al waarschuwde voor knelpunten in de vroege seedfase voor startups, stapelen de problemen zich nu ook op aan de achterkant van de markt, bij het verzilveren van investeringen.
Exitmarkt op een dieptepunt
De verkoop van portefeuillebedrijven (exits) is in het eerste halfjaar van 2026 sterk teruggevallen. In totaal werden 105 bedrijven gedesinvesteerd, ruim onder het tienjarig halfjaargemiddelde van 142. Een nadere analyse van de uitstroom laat zien dat werkelijke verkopen op de markt zeldzaam waren: er vond geen enkele beursgang plaats, acht bedrijven werden verkocht aan strategische kopers en negen aan andere investeringsmaatschappijen. Tegenover deze spaarzame verkopen stonden 17 volledige afschrijvingen.
Het overgrote deel van de desinvesteringen (66 van de 105) betrof de aflossing van preferente aandelen, leningen of mezzaninefinancieringen. Dit is een gebruikelijke constructie voor venture capital en regionale ontwikkelingsmaatschappijen, waarbij de investeerder de oorspronkelijke inleg met rente terugkrijgt. Omdat jonge ondernemingen zelden voldoende liquide middelen hebben om dit in contanten te voldoen, wordt de vordering bij een nieuwe financieringsronde doorgaans omgezet in aandelen.
Hoewel deze route de cashflow van het bedrijf ontziet, levert het geen daadwerkelijke waarde-realisatie op voor de markt. Het gevolg is dat er in Nederlandse portefeuilles veel ongerealiseerde waarde vastzit in afwachting van een koper. Een haperende exitmarkt blokkeert de doorstroming van kapitaal, aangezien opbrengsten uit verkopen noodzakelijk zijn om herbelegd te worden in nieuwe generaties bedrijven.
Investeringen blijven achter bij fondsenwerving
De terughoudendheid bij verkopen staat in scherp contrast met het succes op de kapitaalmarkt. In de eerste zes maanden van 2026 haalden Nederlandse fondsen 12,9 miljard euro op bij investeerders, waarvan 11,0 miljard euro bestemd is voor buyoutfondsen. Venture capital-fondsen haalden gezamenlijk 1,4 miljard euro op, wat boven het langjarig gemiddelde ligt. Deze stijging was echter sterk geconcentreerd bij een klein aantal grote spelers, terwijl kleinere fondsen moeite hielden om kapitaal aan te trekken.
De totale investeringsactiviteit bleef achter bij het opgehaalde kapitaal en daalde naar 2,6 miljard euro, vergeleken met een tienjarig halfjaargemiddelde van 4,3 miljard euro. Waar venture capital met 754 miljoen euro aan investeringen relatief stabiel bleef, zakten de investeringen in buyout- en groeikapitaal met 1,8 miljard euro ver weg onder het gemiddelde van 3,7 miljard euro.
Ook de breedte van de markt nam af: 291 bedrijven ontvingen een investering (tegenover gemiddeld 355), terwijl het gemiddelde investeringsbedrag per onderneming daalde van 12,3 miljoen naar 8,9 miljoen euro.
Oproep tot maatregelen
Volgens de NVP toont het succes bij de fondsenwerving dat investeerders vertrouwen houden in het Nederlandse innovatieklimaat. De brancheorganisatie benadrukt echter dat kapitaal niet automatisch door de gehele keten stroomt. De opgestapelde knelpunten in de vroege fase, de terughoudendheid bij vervolginvesteringen en de opgeslotene exitmarkt versterken elkaar.
De NVP pleit voor gerichte beleidsmaatregelen om zowel de toegang tot kapitaal voor jonge bedrijven te waarborgen als de doorgroei naar beursgangen en strategische overnames te stimuleren. Een goed functionerend ecosysteem van startup tot exit is volgens de vereniging noodzakelijk om de Nederlandse concurrentiepositie op peil te houden.