Kabinet bouwt afhankelijkheid van Palantir pas vanaf 2028 af
Het ministerie van Defensie koerst pas op zijn vroegst in medio 2028 op een eigen, soeverein alternatief voor de software van het omstreden Amerikaanse AI-bedrijf Palantir. Tot die tijd blijft de krijgsmacht in beperkte mate gebruikmaken van de diensten van de leverancier, terwijl de details over de exacte inzet, contracten en kosten omwille van de operationele veiligheid geheim blijven. Dat schrijft staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk (foto) in antwoord op schriftelijke vragen van de Tweede Kamerleden Barbara Kathmann (Pro) en Willem Bolhuis (NSC).
De Kamervragen volgen op recente berichtgeving van Follow the Money over de 'gevaarlijke' greep van Palantir op de Europese infrastructuur en het testen van het AI-systeem Maven Smart System (MSS). Volgens Boswijk zet Defensie de software van het bedrijf in om operationele analyses sneller en accurater uit te voeren. De staatssecretaris benadrukt dat het gebruik uitsluitend plaatsvindt op de eigen infrastructuur van Defensie en door personeel dat op het hoogste niveau is gescreend en de Nederlandse nationaliteit bezit. Daarmee behoudt het ministerie volgens hem de volledige controle over de data.
Hoewel de overheid eerder een tweesporenbeleid toezegde om de afhankelijkheid van Palantir af te bouwen, is er geen harde einddatum afgesproken voor het definitief stopzetten van de samenwerking. In een niet-openbare stappenkaart voor kunstmatige intelligentie staat vastgelegd dat er medio 2028 een soeverein besluitvormingssysteem (AI-DSS) met basisfunctionaliteiten beschikbaar moet zijn. Pas wanneer deze Europese of Nederlandse technologie dezelfde functionaliteit levert als de Palantir-producten, wordt de afbouw in een operationeel verantwoord tempo voortgezet. Inmiddels zijn er volgens de bewindsman wel Nederlandse en Europese leveranciers in beeld die specifieke bouwblokken kunnen overnemen.
NAVO
Op vragen over de financiële omvang van de contracten en concrete pilots bij specifieke onderdelen, zoals het Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten, geeft het kabinet geen inhoudelijke details vrij. Defensie stelt daarnaast geen totaaloverzicht te hebben van wat de gehele Rijksoverheid jaarlijks aan Palantir uitgeeft. Een reactie op het mogelijke gebruik van Palantir door andere ministeries volgt uiterlijk 10 november via het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De afhankelijkheid van Palantir reikt bovendien verder dan de eigen defensieorganisatie. Boswijk wijst erop dat de NAVO gebruikmaakt van Palantir-technologie via het Maven Smart System. Als bondgenoot binnen het netwerk krijgt Nederland daardoor via NAVO-kanalen alsnog te maken met analyses en gegevens die door de software van het Amerikaanse bedrijf zijn verwerkt.