Satellietdata brengt risicogebieden voor bodemdaling nauwkeurig in kaart
Satellietdatabedrijf Sensar heeft de 'Nationale Kaart Bodembeweging' gelanceerd, een nieuwe informatielaag in de Levende Atlas van Esri Nederland. De kaart brengt verticale bodembewegingen gedetailleerd in beeld tot op vlakken van 25 bij 25 meter. Door geografische satellietdata via ArcGIS toegankelijk te maken, kunnen overheden en ingenieursbureaus zoals Witteveen+Bos bodemdaling en -stijging beter analyseren en ruimtelijke beslissingen scherper onderbouwen.
Bodemdaling vormt een groeiend maatschappelijk en financieel probleem in Nederland. Het kan leiden tot schade aan gebouwen, wegen, bruggen en leidingennetwerken, evenals tot een verhoogd risico op overstromingen. De kaart toont grote regionale en lokale verschillen. De sterkste bodemdaling is zichtbaar in Groningen, het Rijnmondgebied en het Groene Hart, met gemeenten als Groningen, Veendam, Gouda, Rotterdam, Schiedam en Westland als uitschieters. In delen van Limburg is juist sprake van bodemstijging. Ook binnen afzonderlijke gemeenten lopen de bewegingen sterk uiteen.
Technologie en gegevensverwerking
Voor het samenstellen van de kaart verwerkt Sensar openbare satellietdata uit het Europese Copernicus-programma met behulp van InSAR-technologie (Interferometric Synthetic Aperture Radar). Hiermee kunnen hoogteveranderingen van het aardoppervlak tot op millimeterniveau worden gemeten.
In tegenstelling tot traditionele kaarten met puntenwolken richt de nieuwe kaart zich specifiek op het maaiveld: gefundeerde gebouwen en objecten worden buiten beschouwing gelaten om een zuiver beeld van de bodem te krijgen. De huidige gegevens bestrijken de periode van 2019 tot en met eind 2023 en worden jaarlijks geactualiseerd.
Toepassing bij ruimtelijke besluiten en infrastructuur
Door de complexe satellietdata om te zetten naar direct bruikbare GIS-lagen via Esri's Levende Atlas, kunnen gemeenten, provincies en waterschappen de data combineren met eigen gegevens. Ingenieursbureau Witteveen+Bos gebruikt de informatie onder meer om de oorzaken van bodembeweging te duiden en prognoses op te stellen.
De data bewijst in de praktijk reeds haar nut. Zo is de satellietinformatie ingezet in een grootschalig project van ProRail om de baanstabiliteit van het Nederlandse spoornetwerk te onderzoeken. Door de satellietmetingen te integreren met bestaande grondmodellen konden risicoprofielen nauwkeuriger worden vastgesteld en herstelmaatregelen gerichter worden ingezet.