Omdia-analist waarschuwt voor AI-hype
De groeicijfers rondom cloud- en AI-giganten lijken schijnbaar week na week alle records te breken. Maar wie de balans van de grote hyperscalers goed leest, ziet dat er in de markt twee gigantische getallen op één hoop worden gegooid. Jay McBain (foto), analist op het gebied van ecosystemen en IT-kanalen bij Omdia, trekt aan de bel: de miljarden die de clouddiensten beloofd zijn door bedrijven, zijn van een heel andere orde dan het geld dat de clouddiensten zelf verschuldigd zijn aan hun leveranciers.
Volgens McBain is er sprake van een duidelijke verwarring over de richting van de geldstroom. Aan de ene kant staat een fysieke verplichting van maar liefst $1,5 biljoen. Dit is het geld dat hyperscalers zoals Microsoft, Amazon en Alphabet verschuldigd zijn aan de toeleveringsketen. Het omvat langdurige en onopzegbare contracten voor onder meer NVIDIA-chips, energie-infrastructuur en datacenters. Dit kapitaal is vastgelegd om AI-capaciteit te bouwen, lang voordat de daadwerkelijke vraag uit de markt is gegarandeerd.
Aan de andere kant staat een bedrag van $500 miljard aan Remaining Performance Obligations (RPO). Dit is de gegarandeerde toekomstige omzet die bedrijven wél hebben toegezegd aan de cloudgiganten via meerjarige IT-contracten.
De druk op de ketel
De relatie tussen deze twee getallen veroorzaakt enorme financiële druk. Omdat de hyperscalers vastzitten aan $1,5 biljoen aan vaste infrastructuurkosten, moeten directies alles op alles zetten om hun capaciteit zo snel mogelijk te gelde te maken. Ze gebruiken hun marktplaatsen, software-ecosystemen en partnerkanalen als instrumenten om de $500 miljard aan toegezegd bedrijfskapitaal in te zetten voor de financiering van de reeds bestelde AI-fabrieken.
Voor softwareleveranciers (ISV's) en IT-partners lijkt die pot van $500 miljard een walhalla, maar McBain maant tot realistisch kijken. Van dat bedrag gaat namelijk 80 tot 85 procent rechtstreeks naar eerstelijns infrastructuur: de kale rekenkracht, opslag, netwerken en eigen AI-diensten van de cloudproviders zelf.
Beperkte ruimte voor derden
Slechts 15 tot 20 procent van het gecommitteerde budget wordt daadwerkelijk uitgegeven aan software van derden. Dit betreft voornamelijk grote spelers zoals CrowdStrike, Snowflake, Palo Alto Networks, Salesforce en Datadog, evenals dienstverleners als Presidio en WWT.
Bovendien stellen de hyperscalers strikte regels aan hoeveel budget bedrijven aan externe software mogen besteden om aan hun minimale cloudverplichtingen te voldoen. AWS maximeert dit aandeel bijvoorbeeld vaak op 25 procent van de totale contractwaarde.
Daarnaast vloeit het geld niet in één keer binnen. Contracten lopen doorgaans drie tot vijf jaar, en het verzilveren van die RPO's gebeurt traag. Ter illustratie haalt McBain Oracle aan, dat aangaf te verwachten dat slechts 12 procent van hun RPO in het komende jaar wordt gerealiseerd, en 34 procent in de twee jaar daarna.
De groeimogelijkheden voor IT-partners en softwareontwikkelaars blijven onmiskenbaar groot, maar het idee dat de gehele AI-investeringsgolf direct doorsijpelt naar het gehele ecosysteem, is volgens de analist een illusie.