Auto-industrie ziet machtsverhoudingen verschuiven, China wint terrein
De machtsverhoudingen in de wereldwijde auto-industrie verschuiven. Chinese autofabrikanten winnen terrein: bijna de helft (48%) van de ondervraagde bestuurders verwacht dat in 2035 zes van de tien grootste autofabrikanten ter wereld hun hoofdkantoor in China hebben. Daarnaast moeten alle autobedrijven zich voorbereiden op aanhoudende, ingrijpende veranderingen in het komende decennium. Meer dan de helft (51%) van de bestuurders verwacht dat software en digitale technologie in 2035 de belangrijkste bron van onderscheidend vermogen vormen. Dat blijkt uit de 26e editie van de Global Automotive Executive Survey (GAES) van KPMG.
“Verandering is de nieuwe realiteit in de auto-industrie,” zegt Stijn de Groen, hoofd Automotive bij KPMG. “Groot zijn is niet langer genoeg. Succes hangt steeds meer af van het vertrouwen van consumenten, samenwerking met andere partijen en het vermogen om snel op veranderingen in te spelen en gedane investeringen te verzilveren.”
Naast de productie van de auto zelf worden batterijen, software, intelligente elektronica en digitale en AI-gedreven diensten steeds belangrijker. Hoe autobedrijven deze ontwikkelingen vertalen naar inkomsten en winst, blijft echter een belangrijke uitdaging. Slechts 36% van de AI- en software-initiatieven is verder opgeschaald dan de pilotfase, terwijl 92% minimaal twaalf maanden nodig heeft voor organisatiebrede implementatie. Autofabrikanten zullen daarom scherper moeten kiezen welke technologie zij zelf ontwikkelen en waar zij samenwerken met andere partijen. Omvang alleen biedt daarbij volgens het onderzoek steeds minder garantie op concurrentievoordeel.
Vijf krachten bepalen het concurrentievermogen
De GAES 2026-editie laat zien dat de sector niet langer door één grote ontwikkeling, zoals elektrisch rijden, wordt bepaald. Vijf krachten spelen daarbij een rol: voortdurende verandering, technologie, consumentenvertrouwen, geopolitieke spanningen en samenwerking.
Deze vijf thema’s dwingen bestuurders voortdurend tot concrete keuzes: waarin investeren zij, welke technologie ontwikkelen zij zelf, in welke landen bieden zij welke modellen aan en met welke bedrijven werken zij samen? Vooral voor Europese autofabrikanten wordt het belangrijk om te bepalen waarin zij zich willen onderscheiden en waar samenwerking nodig is om concurrerend te blijven.
China wint terrein
De uitgangspositie en prioriteiten verschillen sterk per regio. In Azië-Pacific wordt relatief meer geïnvesteerd in AI en opkomende technologieën, terwijl Europese spelers hun bestaande activiteiten moeten beschermen en de transitie naar elektrificatie en softwaregedefinieerde voertuigen moeten financieren. Bijna de helft van de ondervraagden verwacht dat in 2035 zes van de tien grootste autofabrikanten hun hoofdkantoor in China hebben. De groeiende invloed van Chinese spelers hangt volgens de bestuurders samen met hun positie op het gebied van elektrificatie, software en digitale innovatie.
Ook veranderende regels en geopolitieke spanningen zorgen ervoor dat bedrijven auto’s steeds vaker ontwikkelen en produceren voor de regio waarin zij worden verkocht. Voor Europese autofabrikanten vraagt dit om scherpe keuzes over hun technologische prioriteiten, samenwerkingspartners en positie in de waardeketen. Omvang blijft relevant, maar is niet langer doorslaggevend: bedrijven moeten nieuwe technologie sneller toepassen, het vertrouwen van klanten behouden en bepalen waar zij zelf de meeste waarde kunnen toevoegen.
Foto: Xpeng x9 uit China