Refurbished hardware verdient een vaste plek in de datastrategie van iedere CIO
Datacenters over de hele wereld zijn verwikkeld in een ware hardwarewedloop. De explosieve groei van AI en de steeds grotere hoeveelheden bedrijfsdata zorgen voor een ongekende vraag naar servers, opslag en gespecialiseerde chips. Tegelijkertijd staan mondiale toeleveringsketens onder druk door geopolitieke spanningen en handelsrestricties, terwijl chipfabrikanten prioriteit geven aan de productie van de nieuwste AI-processoren. Het gevolg is een markt waarin nieuwe enterprise-hardware minder goed beschikbaar is, levertijden oplopen en investeringskosten stijgen. Dit schrijft Ekrem Koç (foto), Sales Director Benelux van DataCore Software., in deze blog.
Opmerkelijk genoeg houden veel organisaties vast aan hun traditionele vervangingsstrategie. Zodra servers of storageplatformen een bepaalde leeftijd bereiken of de ondersteuning door de fabrikant afloopt, worden ze vervangen door nieuwe systemen. Maar is dat in de huidige markt nog wel de meest logische keuze?
Steeds meer CIO's beantwoorden die vraag ontkennend. Niet alleen vanwege de schaarste aan nieuwe hardware, maar ook omdat duurzaamheid, kostenbeheersing en flexibiliteit steeds zwaarder meewegen. Daardoor groeit de belangstelling voor een alternatief dat lange tijd onder de radar bleef: professioneel gereviseerde enterprise-hardware.
Van noodoplossing naar serieuze strategie
Waar refurbished apparatuur vroeger vooral werd geassocieerd met laptops of smartphones, groeit de acceptatie van professioneel gereviseerde servers en storage-oplossingen snel. Zeker nu organisaties worden geconfronteerd met stijgende investeringskosten, strengere duurzaamheidsdoelstellingen en onzekerheid over de beschikbaarheid van nieuwe hardware.
Daarom is het tijd om anders naar infrastructuur te kijken. De technische levensduur van enterprise-hardware is vaak aanzienlijk langer dan de commerciële levensduur die leveranciers hanteren. Dat een server ‘end-of-support’ is bij de oorspronkelijke fabrikant, betekent niet dat de hardware technisch afgeschreven is. Integendeel: veel systemen kunnen, mits professioneel gereviseerd, nog jarenlang betrouwbaar functioneren.
Dat levert meerdere voordelen op. Uiteraard zijn er lagere aanschafkosten, die vaak tientallen procenten onder die van nieuwe systemen liggen. Maar minstens zo belangrijk is de duurzaamheidswinst. De productie van nieuwe servers vraagt grote hoeveelheden grondstoffen, energie en water, terwijl ook de CO₂-uitstoot aanzienlijk is. Door hardware langer te gebruiken, daalt de milieu-impact van de IT-infrastructuur zonder dat organisaties direct hoeven in te leveren op prestaties.
De sleutel tot die langere levensduur ligt echter niet zozeer in de hardware, maar in de software die erop draait. Traditioneel waren organisaties sterk afhankelijk van de intelligentie die in storage-arrays van één leverancier zat ingebouwd. Wilde men profiteren van nieuwe functionaliteit of betere prestaties, dan betekende dat vaak automatisch de aanschaf van nieuwe hardware.
Andere manier van denken
Software-defined storage (SDS) doorbreekt dat model. Bij SDS verschuift de intelligentie naar een softwarelaag die losstaat van de onderliggende hardware. Functionaliteit zoals replicatie, snapshots, tiering, dataprotectie en beschikbaarheid worden door software geregeld, waardoor organisaties veel flexibeler worden in hun hardwarekeuzes. Dat maakt het mogelijk om verschillende generaties servers en storage naast elkaar te gebruiken. Nieuwe hardware kan worden ingezet voor de workloads die de hoogste prestaties vragen, terwijl refurbished systemen uitstekend geschikt zijn voor secundaire opslag, back-ups, archieven, testomgevingen of applicaties die minder rekenkracht vragen. Vanuit de software worden al deze systemen als één opslagplatform beheerd.
Voor CIO’s vraagt dat wel om een andere manier van denken. Niet de leeftijd van de hardware zou leidend moeten zijn, maar de eisen die een specifieke workload stelt. Veel bedrijfsapplicaties draaien probleemloos op hardware die vijf of zelfs zeven jaar oud is. Toch worden dergelijke systemen vaak preventief vervangen omdat de bestaande lifecycle dat voorschrijft, niet omdat daar een technische noodzaak voor bestaat.
Juist daarom zouden CIO moeten beginnen met een grondige audit van het IT-landschap. Welke data is bedrijfskritisch? Welke workloads vragen maximale prestaties? Welke informatie wordt nauwelijks geraadpleegd maar moet wel jarenlang beschikbaar blijven? Pas wanneer die vragen zijn beantwoord, ontstaat een infrastructuurstrategie waarin verschillende typen hardware optimaal kunnen worden ingezet.
Total Cost of Ownership
Daarnaast is het verstandig om opnieuw naar de Total Cost of Ownership (TCO) te kijken. Daarbij gaat het niet alleen om de aanschafprijs van een server, maar ook om energieverbruik, onderhoud, softwarelicenties, beschikbaarheid en de resterende economische levensduur. In veel gevallen blijkt een combinatie van refurbished hardware en software-defined storage niet alleen goedkoper, maar ook flexibeler dan een volledige vervangingsronde.
De klassieke reflex om elke drie tot vijf jaar alle storage-infrastructuur te vernieuwen past steeds minder bij de huidige markt. Hardware is niet langer onbeperkt beschikbaar, de kosten lopen op en duurzaamheid is uitgegroeid tot een strategisch speerpunt. Organisaties die hun opslagomgeving slimmer ontwerpen, met software als intelligentielaag en hardware als verwisselbare bouwsteen, kunnen langer doen met bestaande infrastructuur, sneller inspelen op schaarste én hun investeringen beter laten renderen.
Misschien is dat wel de belangrijkste les voor de CIO van vandaag (en morgen!): de toekomst van storage wordt niet langer bepaald door de nieuwste servers, maar door de software die bestaande hardware maximaal weet te benutten.
Door: Ekrem Koç (foto), Sales Director Benelux van DataCore Software