De soldaat met zijn zwerm: de toekomst van hybride oorlogvoering
Wie de oorlog in Oekraïne volgt, ziet iedere week nieuwe, creatieve toepassingen van drones. Wat begon als goedkope verkenningsvliegtuigjes, is uitgegroeid tot een doorslaggevend wapensysteem dat gevechten op de grond, op zee en in de lucht beïnvloedt. Oekraïense drone-eenheden sporen Russische tanks op, verstoren logistieke aanvoerlijnen en voeren precisieaanvallen uit, nu nog vaak met FPV-drones (via een videobril bestuurd) die zich als kamikazes gedragen.
Toch staan we nog maar aan het begin van een veel grotere transformatie. De krijgsmacht van de toekomst denkt niet langer in afzonderlijke platforms zoals tanks, F-35’s of fregatten. De basiseenheid wordt een menselijke commandant, omringd door een zwerm semi-autonome systemen. Geen Skynet-scenario met volledig autonome killer robots, maar een hybride mens-machineteam waarin de mens nog steeds de beslissingen neemt en de machines de uitvoering voor hun rekening nemen. Net zoals de automatische piloot nog steeds de piloot (en co-piloot) niet heeft vervangen. De mens blijft eindverantwoordelijk.
Het Loyal Wingman-concept: intelligente partners in de lucht
In de lucht is deze ontwikkeling al concreet zichtbaar. Tijdens de ILA Berlin Air Show presenteerde Airbus in 2024 zijn Wingman-concept: een stealth onbemand gevechtsvliegtuig dat als loyale partner optrekt met bemande toestellen zoals de F-35, de Eurofighter of andere toekomstige gevechtsvliegtuigen. De piloot fungeert daarbij als regisseur. Hij of zij geeft een opdracht op hoofdlijnen – “neutraliseer die radarinstallatie” – waarna de drone grotendeels zelfstandig de route bepaalt, dreigingen ontwijkt en de missie uitvoert.
De mogelijke rollen van deze drones zijn talrijk. Ze kunnen vooruit verkennen, vijandelijke radar lokaliseren, elektronische oorlogsvoering uitvoeren door communicatie te verstoren, extra sensoren of bewapening meenemen en desnoods als lokaas dienen om vijandelijke luchtafweer uit te lokken. Dit is ‘Manned-Unmanned Teaming’ (MUM-T) in de praktijk: de mens blijft de beslisser, terwijl de zwerm zijn slagkracht exponentieel vergroot.
Interessant is dat zo’n zwerm veel meer is dan een verzameling losse drones. Op basis van de bekende OODA-cyclus (*Observe, Orient, Decide, Act*) kunnen de systemen voortdurend informatie verzamelen, dreigingen analyseren en nieuwe opdrachten uitvoeren. Daardoor ontstaat een veel kortere reactietijd dan wanneer ieder toestel afzonderlijk zou opereren. De commandant houdt het overzicht, terwijl de zwerm de uitvoering voortdurend aanpast aan de situatie.
Collaborative Combat Aircraft (CCA) en Nederlandse betrokkenheid
Nederland speelt in deze ontwikkeling een interessante rol. In 2025 sloot onze luchtmacht zich als eerste Europese partner aan bij het Amerikaanse Collaborative Combat Aircraft (CCA)-programma. Daarmee krijgt Defensie toegang tot testprogramma’s, operationele concepten, software, doctrines en samenwerking rond de toekomstige inzet van de F-35. Ook TNO en het NLR zijn betrokken bij deze kennisopbouw.
Vooralsnog gaat het niet om de aanschaf van drones, maar om het opbouwen van kennis, het uitoefenen van invloed op de ontwikkeling en het voorbereiden op een nieuwe manier van oorlogvoering. De Verenigde Staten voorzien uiteindelijk honderden CCA’s die samen met bemande gevechtsvliegtuigen opereren: betaalbare massa als aanvulling op een relatief klein aantal kostbare bemande toestellen.
Niet alleen in de lucht: ook land en zee volgen
Het wingman-principe beperkt zich niet tot de lucht. Op land experimenteert het Amerikaanse leger met Robotic Combat Vehicles (RCV’s) en andere onbemande voertuigen die een tankcommandant ondersteunen. Ze voeren verkenningen uit, leggen rookgordijnen, schakelen antitankdreigingen uit of brengen munitie naar voren. De bemande tank verandert daardoor steeds meer in een mobiel commandocentrum in plaats van een geïsoleerd gevechtsvoertuig. Hoewel sommige programma’s worden herzien vanwege de kwetsbaarheid voor goedkope drones, blijft het principe van mens-machineteams overeind.
Ook op zee krijgt dit concept vorm. De Amerikaanse marine ontwikkelt grote aantallen Unmanned Surface Vessels (USV’s) voor operaties in de Indo-Pacific. Een fregat of onderzeeboot kan een zwerm zee- en onderwaterdrones inzetten voor mijnenjacht, onderzeebootbestrijding, verkenning of aanvallen op afstand. Het moederschip blijft buiten het grootste gevaar, terwijl relatief goedkope, desnoods vervangbare drones de risicovolle taken uitvoeren.
Daarnaast ontstaan nieuwe operationele mogelijkheden. Een schip kan bijvoorbeeld op veilige afstand van de kust mariniers ondersteunen die met autonome systemen infiltreren of opereren. In Oekraïne zien we hiervan al een eerste voorproefje. Zeedrones zoals de Magura bedreigen niet alleen Russische oorlogsschepen, maar kunnen ook worden ingezet als kleine autonome aanvalssystemen dicht onder de kust.
De mens blijft de regisseur
Hiermee wordt ook duidelijk dat de mens niet uit het systeem verdwijnt. Oorlog blijft chaotisch, moreel complex en onvoorspelbaar. AI kan patronen herkennen en routinetaken uitvoeren, maar menselijke intuïtie, ethische afwegingen en improvisatie blijven essentieel. De commandant verschuift daarom van uitvoerder naar regisseur van een orkest van autonome systemen. Hij of zij bepaalt de intentie, stelt de prioriteiten en grijpt in wanneer de situatie daarom vraagt. De machines vergroten vervolgens de snelheid, het bereik en de slagkracht.
Dat biedt grote strategische én economische voordelen.
- Een F-35 kost tientallen miljoenen euro’s en een ervaren piloot is nauwelijks te vervangen; een drone kost slechts een fractie daarvan.
- Verlies van enkele drones is operationeel acceptabel, terwijl het verlies van een bemand toestel veel grotere gevolgen heeft.
- Eén commandant kan meerdere systemen tegelijk aansturen, waardoor de gevechtskracht sterk groeit zonder een evenredige toename van personeel.
Voordelen voor Nederland
Nederland is opvallend goed gepositioneerd voor deze transitie. Onze F-35’s fungeren nu al als vliegende sensor- en commandocentra en zijn daardoor bij uitstek geschikt om als ‘moederschip’ voor een dronezwerm te functioneren. Ook de Koninklijke Marine beschikt over veel ervaring met netwerkgestuurd optreden en operaties op afstand. Juist die combinatie sluit naadloos aan bij het concept van hybride mens-machine-operaties.
Daarnaast beschikt Nederland over een unieke krijgsmachtstructuur. Onze krijgsmachtdelen werken al jarenlang geïntegreerd samen binnen één Defensieorganisatie. Bovendien is de integratie met de Duitse strijdkrachten internationaal vrijwel zonder precedent. Waar andere landen samenwerken via gezamenlijke oefeningen of multinationale staven, zijn Nederlandse brigades structureel opgenomen in de Duitse commandostructuur. Ook dat maakt gezamenlijke operaties met zwermen autonome systemen eenvoudiger.
Nederland neemt bovendien op digitaal terrein een bijzondere positie in. Cyberoperaties, satellietcommunicatie en elektronische oorlogsvoering zijn vroeg met elkaar geïntegreerd. Dankzij eigen militaire satellietcapaciteit en ons internationaal gerespecteerde Defensie Cyber Commando beschikt Nederland over een relatief grote mate van digitale zelfstandigheid. Dat vormt precies het digitale zenuwstelsel dat nodig is om grote aantallen autonome systemen veilig en effectief aan te sturen. Binnen de NAVO behoort Nederland op dit terrein tot de voorlopers.
De echte paradigmaverschuiving
De belangrijkste vraag is uiteindelijk niet technisch, maar strategisch. Investeren we straks nog vooral in aantallen vliegtuigen, tanks en schepen? Of meten we militaire slagkracht aan het aantal intelligente systemen dat één commandant effectief kan aansturen? De militaire eenheid van morgen is geen voertuig meer: “Het is een mens met een zwerm machines om zich heen.”
Die ontwikkeling dwingt ons opnieuw na te denken over opleiding, doctrine en ethiek. Commandanten zullen moeten leren opereren met autonome zwermen en de bijbehorende *swarm tactics* beheersen. Juristen zullen zich buigen over verantwoordelijkheid wanneer autonome systemen zelfstandig handelen binnen de grenzen van een opdracht. En Defensie zal steeds vaker behoefte hebben aan militairen die niet alleen vechters zijn, maar ook systeemregisseurs.
De zwerm maakt de krijgsmacht niet alleen krachtiger en veiliger voor eigen mensen; zij verandert de aard van oorlogvoering fundamenteel. Uiteindelijk zal niet de grootste krijgsmacht het voordeel hebben, maar degene die menselijke oordeelskracht het beste weet te combineren met de schaalbaarheid en snelheid van autonome systemen. Nederland heeft alles in huis om daarin een voortrekkersrol te spelen. De vraag is daarom niet óf deze ontwikkeling onze krijgsmacht verandert, maar hoe snel we ons denken eraan te kunnen aanpassen. Want de soldaat van morgen vecht niet alleen: hij of zij vecht samen met een zwerm drones, robots en computers.
Door: Hans Timmerman (foto)