Whakatau: Nederlands initiatief maakt IT’ers van werkloze jongeren in Zuid-Afrika
Hoe komt een softwareontwikkelaar ertoe om in Zuid-Afrika een campus op te zetten waarmee werkloze jongeren opgeleid worden tot volwaardige IT’ers? Vraag het Sandra van Dijk, die enkele jaren geleden hiervoor Whakatau oprichtte. Inmiddels is de eerste lichting IT’ers afgestudeerd en zoekt Sandra naar nieuwe klanten die behoefte hebben aan softwareontwikkelaars.
Softwareontwikkelaar, moeder van twee en oprichter van Whakatau, een IT-campus in de omgeving van Pretoria, Zuid-Afrika: dat omschrijft de persoon Sandra van Dijk in een notendop. Haar achtergrond in sociaal-culturele wetenschappen en haar jarenlange ervaring in IT komen in dit initiatief samen.
Twintig jaar geleden liep Sandra stage in Zuid-Afrika. Ze bleef daarna in contact met Ernest, een vriend uit het dorp waar ze verbleef. “De structureel hoge jeugdwerkloosheid in de regio bleef me bezighouden en de vraag of ik iets kon betekenen, liet me niet los.”
Van gedachte naar actie
In 2022 besloot Sandra die gedachte om te zetten in actie. Ze zette een intensief opleidingsprogramma op, gefinancierd uit eigen middelen: Whakatau. In drie Zuid-Afrikaanse provincies meldden zich zo’n 400 jongeren aan, veelal uit de townships rond Johannesburg. Na een strenge selectie op taalvaardigheid en capaciteiten bleef een kleine groep studenten over. Deze jongeren hebben inmiddels hun eerste stappen gezet in de professionele IT-praktijk en staan klaar om als volwaardige developers, op afstand, samen te werken met Europese opdrachtgevers.
Zonder subsidies of externe zekerheid bouwde Sandra samen met Ernest aan de leer- en werkomgeving waarin niet alleen technische vaardigheden centraal staan, maar ook persoonlijke ontwikkeling, weerbaarheid en structuur. Haar leven met MS gaf het project extra urgentie: uitstel was geen optie. Ernest woont in Zuid-Afrika en is dagelijks aanwezig op kantoor. Sandra spreekt vanuit Nederland het team elke dag via videoconferencing.
Maar hoe kwam het ooit zover?
Pad naar Whakatau
Sandra wilde ooit arts worden, maar werd diverse malen uitgeloot. Omdat ze met iets vergelijkbaars geen genoegen wilde nemen, ging ze twee andere studies tegelijkertijd uitproberen. Het doel was om er zo achter te komen welke van de twee ze het leukst vond: Kunstmatige Intelligentie of Sociaal Culturele wetenschappen, allebei aan de VU.
Omdat ze niet kiezen kon, rondde ze uiteindelijk allebei de studies maar af. Een combinatie die haar op het pad naar Whakatau zou leiden. Het begon met een onderzoek voor Sociaal Culturele Wetenschappen in Zuid-Afrika in een dorpje met eigenlijk niks.
“Daar ontmoette ik Ernest, die een vriend bleef in de twintig jaar die volgden. Ik maakte carrière in de IT, werd uiteindelijk software developer. Maar voor Ernest bleef de tijd stil staan. Losse baantjes, geen vooruitzichten. En dat gold voor heel veel mensen daar.”
Een jaar of zes geleden had Sandra al het idee om in Zuid-Afrika ‘iets’ op te richten om mensen daar haar vakgebied te leren en ze uiteindelijk voor de Nederlandse markt in te zetten. Alleen had ze toen kleine kinderen, dus het idee ging in de ijskast.
Zelf investeren
Het kwam er een jaar of drie geleden weer uit. Samen met Ernest ging Sandra in Zuid-Afrika kijken naar de mogelijkheid een soort campus op te richten en inventariseerden zij de belangstelling hiervoor. Sandra hierover: “Dat leek me beter dan wat NGO’s vaak doen: in eigen land een plan of project bedenken.” Het zou wel een flinke investering vergen, die Sandra en haar vriend niet zelf helemaal konden ophoesten. Een externe investeerder haakte uiteindelijk af, maar tegen die tijd waren de eigen inkomsten afdoende om zelf de investering op te brengen.
“Als we dan drie jaar vooruit spoelen, hebben we nu de eerste groep afgestudeerde studenten. In september 2025 hebben we hen zoals gepland werknemerscontracten aangeboden, met als doel dat ze voor Nederlandse klanten aan de slag kunnen gaan. Daarvan hebben we er nu eentje, plus een niet betalende klant. Mijn ambities zijn om a) meer betalende klanten te vinden – want hun salaris moet ergens van betaald worden en b) een nieuwe groep studenten te gaan opleiden. Het eerste moet gerealiseerd worden voordat we met het tweede kunnen beginnen.”
Daarnaast was belangrijk om de groep softwareontwikkelaars te leren omgaan met de Nederlandse cultuur, benadrukt Sandra. “We hebben veel tijd in soft skills gestopt. Nederlanders zijn vrij direct, stellen vragen. Dat is in Zuid-Afrika toch anders. Uiteindelijk hebben ze geleerd om hier anders in te staan in contact met klanten. Je kunt nou eenmaal niet twee uur in een online meeting zitten en niks vragen als je bijvoorbeeld iets niet begrijpt.”
Impact van gen AI
Inmiddels lijkt iedereen bezig met gen AI. Maakt dat de kansen voor haar initiatief kleiner, of juist groter? Sandra geeft toe nog niet goed te weten wat de impact zal zijn van (gen) AI op haar plannen. “Aan de ene kant zie je dat veel bedrijven verwachten dat AI IT goedkoper zal maken. Dat een AI-toepassing voor hen software kan gaan programmeren bijvoorbeeld. Ik denk dat dat niet allemaal goed zal gaan en dat we over een klein half jaar allerlei dataleken zien, security breaches, Wannacry-achtige taferelen doordat allerlei programmaatjes die halfbakken door AI zijn gemaakt, zonder echte kennis van programmeren.”
Nu zie je echt nog de houding dat al die softwareontwikkelaars niet meer nodig zijn, stelt Sandra. ”Straks zal men merken dat AI misschien nog wel geschikt is voor een proof of concept, maar niet voor echt productiewerk. Bovendien is veel ook afhankelijk van welke data erin gaat. Als die data niet goed is, krijg je ook bij de beste AI-toepassing geen goede software.”
Zeker, benadrukt Sandra: ook Whakatau gebruikt AI, zij het vooral om een efficiencyslag te maken en zo minder tijd kwijt te zijn. Het is belangrijk om alleen AI in te zetten waar het echt iets toevoegt, stelt ze.
“Natuurlijk heb ik zelf AI gestudeerd, dus dat helpt wel een beetje om dit vakgebied te begrijpen en de ontwikkelingen te duiden, wat er kan en wat er niet kan. Ik geloof niet dat de huidige AI-technologie heel veel IT-banen gaat overnemen of dat we straks geen juniors meer nodig hebben. Ik kan me wel voorstellen dat veel mensen dit anders zien. Er gaan straks ook IT’ers met pensioen, die banen worden echt niet vervangen door AI. De huidige AI-algoritmen, LLM-modellen, zijn gewoon goed in patroonherkenning. Die gaan niet onze hersenen vervangen.”
Nog onbekend
Sandra stelt dat het ondanks de grote vraag naar IT’ers nog best lastig is om betalende klanten te vinden. Mensen besteden uit aan partijen die ze al kennen, of kunnen of willen niet betalen wat IT echt kost, merkt ze. En Whakatau is gewoon nog onbekend.
“Die bekendheid groeit nu, maar dat kost tijd. Ik heb zeven softwareontwikkelaars en Ernest die betaald moeten worden. Voor hen heeft dit initiatief niet alleen hun leven veranderd, maar ook dat van hun familie. Dat is ook wel weer een reden om er verder mee te gaan. Ik hoef er niet aan te verdienen, maar het moet zichzelf wel kunnen bedruipen.”