Van zendmast tot glasvezel: RDI bewaakt digitale levensaders van Nederland
Een mobiel telefoongesprek, een videogesprek of een AI-toepassing voelt volledig draadloos. De werkelijkheid is echter anders. Achter iedere verbinding schuilt een complexe infrastructuur van frequenties, antennes, apparaten en duizenden kilometers (glasvezel)kabels in de grond. Juist omdat al die onderdelen steeds sterker verweven raken, is digitale connectiviteit uitgegroeid tot een maatschappelijke basisvoorziening. Toezichthouder Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) heeft dan ook als maatschappelijke opdracht om ervoor te zorgen dat Nederland veilig verbonden blijft.
Voor Ties Dammers, manager Openbare Netwerken bij de RDI, komt die brede opdracht op een bijzondere manier samen. Zijn werkgebied lijkt uit twee volledig verschillende werelden te bestaan: enerzijds houdt hij zich bezig met toezicht op de publieke mobiele netwerken van de Nederlandse telecomoperators, anderzijds met het voorkomen van schade aan kabels en leidingen in de ondergrond. Volgens Dammers laat juist die combinatie zien hoe sterk digitale infrastructuren tegenwoordig verbonden zijn.
De RDI, sinds 2023 de opvolger van Agentschap Telecom, heeft zich de afgelopen jaren breder georganiseerd. Waar toezicht vroeger vooral vanuit afzonderlijke technologieën werd bekeken, werkt de organisatie tegenwoordig vanuit de maatschappelijke opgave van een veilig verbonden Nederland. De drie directies Infrastructuur, Apparatuur en Digitale Weerbaarheid bestrijken daarbij de volledige keten: van de frequenties en netwerken waarmee gegevens worden verstuurd, via de apparaten die hiervan gebruikmaken, tot de weerbaarheid van de complete digitale infrastructuur.
“Connectiviteit is echt een vitale infrastructuur”, stelt Dammers. “Zonder telecom geen energie en vice versa. En in toenemende mate gaat dat ook gelden voor AI, wat men steeds meer als een grondstof gaat zien, zoals radiospectrum dat ook is.”
Wereldtop in mobiele netwerken
Bij RDI gaat het team van Dammers onder meer over frequentieveilingen en vergunningen voor de openbare mobiele netwerken van KPN, Odido en VodafoneZiggo. De RDI houdt daarbij ook toezicht op de rechten en plichten die verbonden zijn aan vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte, zoals de kwaliteit en beschikbaarheid van mobiele netwerken.
Dammers hierover: “Bij dekking is onze maatschappelijke opgave bijvoorbeeld dat je, ongeacht in welke gemeente je woont, ook in buitengebieden 98 procent dekking moet hebben. En voldoende snelheid. Zodat je overal met school, studie, werk of bedrijf bezig kunt zijn.”
Nederland slaagt daar opvallend goed in, stelt hij met enige trots. “We zijn zo ongeveer het enige land ter wereld dat dit zo goed voor elkaar heeft, zeggen partijen onafhankelijke zoals Umlaut. De Nederlandse providers zitten altijd in de top vijf, vaak in de top drie wereldwijd.”
Volgens Dammers wordt het belang van mobiele netwerken ondertussen steeds groter. Waar mobiele telefonie vroeger vooral een communicatiedienst was, vormt connectiviteit tegenwoordig een fundament onder economische en maatschappelijke processen. Tegelijkertijd ontstaat een steeds grotere verwevenheid tussen digitale infrastructuur en andere maatschappelijke transities, zoals de energietransitie.
De digitale ondergrond
Die verwevenheid wordt misschien het duidelijkst zichtbaar in de ondergrond. Mobiele communicatie mag dan draadloos lijken, de data blijft niet in de lucht hangen, stelt
Dammers. “Eigenlijk bestaan er geen mobiele netwerken, het zijn altijd hybride netwerken. Alle mobiele data reizen deels door de lucht, maar het gaat grotendeels weer ergens de grond in, via glasvezel of – bij het ontbreken hiervan – straalverbindingen van punt naar punt.”
Daarmee komt Dammers bij zijn tweede grote verantwoordelijkheid: toezicht op zorgvuldig graven via de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon). Die wet moet ervoor zorgen dat opdrachtgevers, netbeheerders, aannemers en uitvoerende medewerkers alle beschikbare informatie gebruiken over kabels en leidingen voordat de schop de grond in gaat.
Inzicht cruciaal
Zeker met de enorme hoeveelheid aan datakabels die al in de grond liggen en er nog in moeten, is dat inzicht cruciaal. Vóór de invoering van de huidige regelgeving ging het bij ongeveer één op de vijf graafwerkzaamheden mis. Inmiddels is dat circa één op de twintig. Toch leidt dat nog altijd tot zo’n 47.000 graafschades per jaar en een maatschappelijke schadepost van ongeveer een kwart miljard euro.
De uitdaging groeit doordat de ondergrond steeds voller raakt. De afgelopen jaren is op grote schaal glasvezel aangelegd richting woningen en bedrijven, terwijl daaronder al decennia andere infrastructuren liggen. “Het lijkt soms alsof men vergeten is dat deze kabels boven alle andere zaken in de grond liggen: gas hoge druk, gas lage druk, hoog-, midden- en laagspanning voor elektriciteit, waterleiding, riool, met daarboven een spaghetti van glasvezel.”
Dit probleem wordt urgenter door de energietransitie. Voor de uitbreiding en verzwaring van elektriciteitsnetten moeten de komende jaren duizenden kilometers nieuwe kabels worden aangelegd. “Als Stedin de komende jaren bijvoorbeeld 7.000 kilometer bekabeling wil aanleggen, hebben we het over de volledige lengte van het Nederlandse spoor – maar dan alleen in hun regio.”
Volgens Dammers betekent dit dat de keten beter moet samenwerken: van gemeenten als opdrachtgever tot de aannemers en de machinist in de graafmachine. Gelukkig staat het belang van zorgvuldig graven bij steeds meer partijen op het netvlies, stelt hij. “Men snapt dat het om meer gaat dan alleen elektriciteit of water. Wie kabels kapotgraaft van of naar bijvoorbeeld AMS-IX in Amsterdam, legt bij wijze van spreken delen van West-Europa plat.”
Toezicht als samenwerking
Naast het toezicht op bestaande infrastructuur krijgt de RDI te maken met een groeiend pakket Europese wet- en regelgeving rondom digitale veiligheid, apparaten en weerbaarheid. De organisatie houdt onder meer toezicht op regelgeving rondom radioapparatuur, digitale weerbaarheid, digitale identiteit, toegankelijkheid en de veilige toepassing van nieuwe technologieën zoals AI.
Daarbij kiest de RDI volgens Dammers bewust voor een aanpak waarin samenwerking en kennisontwikkeling centraal staan. “In zijn algemeenheid beginnen we altijd met een stuk voorlichting om het kennisgebrek aan te pakken. Vervolgens helpen we met het daadwerkelijk naleven, door instrumenten aan te reiken. Toolboxes, richtlijnen en het aandragen van vaardigheden per bedrijfstak of sector.”
Volgens hem zijn er grofweg drie oorzaken waarom organisaties moeite hebben om aan regelgeving te voldoen. “Zo los je het ‘niet weten’ en het ‘niet kunnen’ al redelijk goed op. Dan blijft het ‘niet willen’ over. Je hebt altijd een procent of vijf die niet wil deugen en bijvoorbeeld snel rijk wil worden.” Voor die laatste groep blijft handhaving noodzakelijk.
Vanaf begin betrokken
De brede blik op digitale infrastructuur betekent ook dat de RDI verder moet kijken dan de technologie van vandaag. Een voorbeeld is de ontwikkeling van 6G, waarbij de RDI al in een vroeg stadium betrokken is. Volgens Dammers draait de volgende generatie mobiele netwerken niet simpelweg om hogere snelheden, maar om een volledig nieuw ecosysteem waarin mobiele communicatie, IoT, satellieten, drones en kunstmatige intelligentie samenkomen.
“Bij 5G hebben we als Nederland en Europa eigenlijk te weinig vanaf het begin meeontwikkeld. Die fout willen we met 6G niet maken. Het is zo complex en ingewikkeld dat je er echt vanaf het begin bij moet zijn, anders haal je het niet meer in.”
Daarom werkt de RDI samen met overheden, kennisinstellingen en het bedrijfsleven binnen het Future Network Services-programma aan kennisontwikkeling en innovatie rondom 6G. “We zien het als onze missie voor een veilig verbonden Nederland dat we goed moeten weten wat er onder de motorkap zit. Anders verliezen we onze geloofwaardigheid en autoriteit.”
De brede rol van de RDI
De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur houdt toezicht op een breed pakket aan Europese en nationale wet- en regelgeving rondom digitale technologie en infrastructuur. De belangrijkste taken zijn onder meer:
• Cbw (Cyberbeveiligingswet, sinds 15 augustus).
• Toezicht op telecomnetwerken en het gebruik van frequentieruimte.
• Controle op de naleving van de Radio Equipment Directive (RED) voor draadloze apparatuur.
• Toezicht op de Cyber Resilience Act en andere wetgeving rondom digitale weerbaarheid.
• Toezicht op de Europese eIDAS-verordening voor digitale identiteit en betrouwbare elektronische handtekeningen.
• Controle op digitale toegankelijkheid voor mensen met een beperking.
• Het opzetten van toezicht rondom de Europese AI Act.
• Het beschermen van de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van vitale digitale infrastructuur.
• CSA.
• Energiewet.