Inland terminals slaan handen ineen voor digitaal ecosysteem
Met een symbolische druk op de knop en de officiële ondertekening bij de inland terminal van ITG in Pernis, is een nieuw tijdperk aangebroken voor de containerlogistiek in Nederland en daarbuiten. De drie grote spelers ITG, Contargo en Van Berkel Logistics lanceerden samen met Portbase het Connected Trade Network (CTN). Dit digitale ecosysteem, gesteund door de overheid, moet de jarenlange versnippering in data-uitwisseling tussen zeehavens en het achterland definitief beëindigen.
In de logistieke sector is data delen vaak nog een proces met talloze IT interfaces, mailtjes, losse webportalen en handmatige invoer. "We moeten met steeds minder mensen steeds meer werk verzetten," stelt Léarco Kooman, business analist bij het innovatieprogramma Digitale Infrastructuur Logistiek. "De druk om data te delen neemt exponentieel toe, maar de menselijke capaciteit neemt af. Efficiëntie is dus geen luxe meer, maar een bittere noodzaak."
Het einde van de digitale spraakverwarring
Het grote probleem tot nu toe was het gebrek aan een gedeelde taal. Hoewel er massaal data wordt gegenereerd, hanteert vrijwel elk bedrijf een eigen standaard. Grote verladers legden hun eigen systemen op aan kleinere terminals, wat leidde tot een wirwar aan koppelingen.
CTN brengt hier verandering in door gebruik te maken van het afsprakenstelsel 'Basis Data Infrastructuur' (BDI). Dit is geen nieuw centraal platform waar alle data wordt opgeslagen, maar een framework van juridische en technische afspraken. Hierdoor blijft de data bij de bron — de eigenaar blijft in controle — terwijl andere partijen via gestandaardiseerde API-koppelingen veilig toegang krijgen.
Meer dan alleen een container volgen
De eerste concrete stap van CTN is het verbeteren van de visibility: het real-time volgen van containers. Waar voorheen een klant soms genoegen moest nemen met tien statusupdates, vraagt de markt nu om wel veertig tot tachtig meetpunten per containerbeweging.
"Data delen lost niet alles op, maar het is wel de basis om processen robuuster te maken," legt Leopold Jonkman, Programmamanager bij Portbase. "De haven van Rotterdam verwacht een groei van 30 procent in containervolume. Als het huidige systeem nu al piept en kraakt, moeten we echt uit een ander vaatje tappen."
Door de betere voorspelbaarheid kunnen logistiek planners sneller schakelen tussen water, spoor of weg. Dit bevordert niet alleen de snelheid, maar draagt ook direct bij aan de verduurzaming: een volle binnenvaartbak is immers vele malen schoner dan tientallen individuele vrachtwagens op de A15.
Samenwerking als concurrentievoordeel
Opvallend aan het initiatief is dat de drie deelnemende terminals — samen goed voor 25 procent van de containerlogistiek naar het achterland — felle concurrenten van elkaar zijn. Toch hebben ze besloten de handen ineen te slaan in een zogeheten 'associatie' (een onderlinge waarborgmaatschappij).
Kooman: "We hebben hier drie concurrerende bedrijven die zeggen: 'wij moeten samen de standaard voor het achterland zetten'. In plaats van dat iedereen individueel het wiel uitvindt, creëren we een gezamenlijke laag waar de hele sector op kan aansluiten."
Steun van het Rijk
De start van CTN vond plaats in het bijzijn van demissionair minister Tieman van Infrastructuur en Waterstaat. De aanwezigheid van de minister onderstreept het strategisch belang van het project, dat mede gefinancierd wordt door het Nationaal Groeifonds en de Europese Unie. Het innovatieprogramma Digitale Infrastructuur Logistiek (DIL), waar CTN onder valt, loopt nog tot en met 2027.
Hoewel de implementatie nu officieel van start is gegaan, benadrukken de initiatiefnemers dat dit een traject van de lange adem is. Het doel is echter helder: een volledig verbonden keten waarin de status van een lading van "ship to shelf" voor iedere geautoriseerde partij met één druk op de knop inzichtelijk is.
Door: Witold Kepinski