Nederlandse bedrijven zien resultaten van AI-investeringen achterblijven
Nederlandse organisaties investeren massaal in kunstmatige intelligentie, maar de opbrengsten blijven achter bij het wereldwijde gemiddelde. Slechts 58 procent van de Nederlandse bedrijven ziet nu al duidelijke bedrijfswaarde uit AI-toepassingen, terwijl dit wereldwijd 64 procent is.
Dit blijkt uit de eerste Global Quarterly AI Pulse van KPMG, een onderzoek onder ruim 2.100 bestuurders en topmanagers in twintig landen, waaronder Nederland. “De ambitie is er duidelijk, maar veel organisaties vinden het lastig om AI structureel onderdeel te maken van de dagelijkse praktijk,” zegt Alexandra van der Tuin, verantwoordelijke voor AI bij KPMG Nederland. “Juist die stap bepaalt of investeringen ook echt iets opleveren.”
Hoewel de investeringsbereidheid hoog is, komen veel organisaties niet verder dan de pilotfase. Zo ziet 76 procent van de Nederlandse bedrijven AI als een topinvesteringsprioriteit, zelfs bij een verdere afkoeling van de economie. Wereldwijd is dit 74 procent. Daarnaast blijft 62 procent van de Nederlandse organisaties investeren in AI, ook als de opbrengsten nog niet goed meetbaar zijn.
Toch vertaalt deze bereidheid zich niet direct in concrete resultaten. Nederlandse bedrijven rapporteren minder vaak dan hun internationale collega’s dat AI leidt tot kostenbesparing, hogere productiviteit of betere besluitvorming. Dit verschil wijst op problemen bij het opschalen van initiatieven, niet op een gebrek aan investeringsbereidheid.
Interne uitdagingen
Nederlandse organisaties zijn relatief ver als het gaat om governance en risicobeheersing rond AI. Zo beschikt 67 procent over voldoende capaciteiten om AI-risico’s te beheersen, tegenover 65 procent wereldwijd. Ook vertrouwen en beveiliging worden in Nederland vaker genoemd als randvoorwaarden voor het gebruik van AI.
Regelgeving en compliance spelen in Nederland een kleinere rol als belemmering dan internationaal. Slechts 27 procent van de Nederlandse organisaties ziet dit als de belangrijkste hindernis, tegenover 35 procent wereldwijd. Vaker noemen bedrijven moeite met het onderbouwen van de opbrengsten van AI: 39 procent geeft aan dat het lastig is om resultaten meetbaar te maken, tegenover 32 procent wereldwijd. Dit wijst op interne drempels in besluitvorming, bewijsvoering en integratie in bestaande processen.
“Die zorgvuldigheid is begrijpelijk en vaak terecht,” aldus Van der Tuin. “Maar hoge interne eisen en langdurige besluitvorming kunnen ervoor zorgen dat opschaling langer op zich laat wachten.”
Besluitvorming en vaardigheden als knelpunten
Het verschil met het wereldwijde beeld is vooral zichtbaar bij besluitvorming. Wereldwijd zegt 41 procent van de organisaties dat AI helpt om sneller en beter beslissingen te nemen. In Nederland is dit 26 procent. Ook bij complexere toepassingen, zoals AI-agents, lopen Nederlandse organisaties vaker tegen praktische beperkingen aan.
Zo noemt 49 procent een tekort aan technische vaardigheden als belemmering, tegenover 45 procent wereldwijd. Daarnaast vormen toegang tot data en datakwaliteit regelmatig een obstakel voor verdere toepassing.
Verschil tussen koplopers en volgers
Het Nederlandse beeld past binnen een bredere Europese trend, waarin grootschalige AI-toepassing minder snel gaat dan in Azië en de Verenigde Staten. Ook in Nederland is een duidelijk verschil zichtbaar tussen een beperkte groep koplopers die AI al op grotere schaal inzet en een grotere groep organisaties die blijft experimenteren.
“De komende periode vraagt om duidelijke keuzes,” zegt Van der Tuin. “Organisaties die investeren in data, vaardigheden en heldere afspraken over het gebruik van AI, bouwen een voorsprong op. Voor anderen wordt het steeds lastiger om dat tempo bij te houden.”
Het volledige rapport Global Quarterly AI Pulse Q1 2026 is hier beschikbaar.