Witold Kepinski - 28 mei 2026

Bert Hubert ontleent Solvinity-verbod: Wat is het publiek belang?

In de IT- en telecomwereld is met grote belangstelling gereageerd op het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat om de voorgenomen overname van de Nederlandse hostingprovider Solvinity door de Amerikaanse IT-dienstverlener Kyndryl definitief te verbieden. Tech-expert en voormalig lid van de Toetsingscommissie Telecom, Bert Hubert (foto), heeft op zijn blog een gedetailleerde juridische en strategische analyse gepubliceerd over de brief van de bewindspersoon en de potentieel verstrekkende gevolgen hiervan voor de Nederlandse IT-sector.

Bert Hubert ontleent Solvinity-verbod: Wat is het publiek belang? image

Aan het verbod ging een storm van maatschappelijk en politiek protest vooraf. Een petitie tegen de overname werd door 200.000 burgers ondertekend, de nieuwe stichting The Firewall roerde zich juridisch, en een hoorzitting in de Tweede Kamer over de kwestie trok zoveel belangstelling dat er vier overflowzalen nodig waren om het publiek te faciliteren.

Inzet van de Wet Ongewenste Zeggenschap Telecommunicatie

De staatssecretaris heeft de overname geblokkeerd op basis van het advies van het Bureau Toetsing Investeringen (BTI), dat concludeerde dat de transactie een risico vormt voor het 'publieke belang'. Dit besluit is genomen met de Wet Ongewenste Zeggenschap Telecommunicatie (WOZT) in de hand.

Hubert merkt op dat de timing van de brief opmerkelijk is. Waar de wet na de initiële melding een beslistermijn van maximaal acht maanden toestaat, greep het ministerie na vijf maanden plotseling in. De staatssecretaris motiveerde dit door te stellen dat er "serieuze indicaties" waren dat de transactie op korte termijn voltooid zou worden. Een curieuze redenering, aldus Hubert, aangezien een overname onder de WOZT wettelijk sowieso pas mag plaatsvinden nadat het ministerie expliciet groen licht heeft gegeven.

Wat is het 'publiek belang'?

De WOZT koppelt het begrip 'publiek belang' direct aan Europese verdragen rondom openbare orde, staatsveiligheid en openbare veiligheid. Hoewel harde definities ontbreken, stelt Hubert dat het in deze casus evident is waar de schoen wringt. Solvinity beheert cruciale Nederlandse infrastructuren.

"Het stilleggen van DigiD en het meelezen van alle communicatie van het ministerie van Justitie en Veiligheid zou een duidelijke beschadiging van het publiek belang zijn."

De grote vraag die nu boven de markt hangt, is op welke specifieke wettelijke grond (subcriteria a tot en met e van de WOZT) de overname precies is afgewezen. Omdat het BTI-rapport niet openbaar is, schetst Hubert drie mogelijke scenario's met elk een geheel eigen impact op de markt:

Geopolitieke motieven en Amerikaanse wetgeving (Grond A en B): De Amerikaanse overheid beschikt over vergaande afluister- en sanctiewetten waarmee zij in theorie Amerikaanse techbedrijven kan dwingen mee te kijken of systemen uit te schakelen. Als het ministerie heeft geoordeeld dat Kyndryl hierdoor (onbewust) onder foute geopolitieke invloed staat, is dat een precedent. Dit zou betekenen dat geen enkel Amerikaans bedrijf in de toekomst nog een vitale Nederlandse IT- of telecomspeler (zoals KPN of Intermax) mag overnemen.

Financiële instabiliteit (Grond C): Kyndryl kampt intern met financiële uitdagingen en rammelende jaarrekeningen. Als de overname is geblokkeerd omdat de continuïteit van de dienstverlening door een wankele boekhouding in gevaar komt, zijn de gevolgen voor de rest van de markt beperkt.

Gebrek aan medewerking (Grond E): Het is mogelijk dat Kyndryl simpelweg onvoldoende openheid van zaken heeft gegeven tijdens het BTI-onderzoek naar Amerikaanse invloeden. Ook in dit scenario blijft de impact voor andere Amerikaanse investeerders beperkt.

Pleidooi voor een Rijkscloud

Hubert verwacht dat Kyndryl of de aandeelhouders van Solvinity de beslissing zullen aanvechten bij de rechter, waardoor de exacte argumentatie alsnog op straat kan komen te liggen.

Voor de Nederlandse overheid legt deze casus echter een fundamenteler probleem bloot. Moeten vitale publieke voorzieningen zoals DigiD überhaupt wel op de platformen van commerciële marktpartijen draaien? Volgens Hubert onderstreept dit besluit dat de overheid serieus moet nadenken over alternatieven, zoals het optuigen van een Rijkscloud in eigen beheer, of het uitsluitend zakendoen met een consortium van Europese bedrijven dat de harde garantie afgeeft nooit in Amerikaanse of ondemocratische handen te vallen.

Het volledige analyse-artikel 'Het Solvinity besluit in detail, en de mogelijke gevolgen' is te lezen op de blog van Bert Hubert.

Ingram Micro BW + BN Dutch IT Security Day 2026 BW + BN
Ingram Micro BW + BN