AP lanceert AI-hulpmiddel
Organisaties die generatieve kunstmatige intelligentie willen inzetten op de werkvloer, moeten vooraf scherp controleren of dat wel wettelijk is toegestaan. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft een nieuw hulpmiddel gepubliceerd om overheidsinstanties en bedrijven te helpen bij de naleving van de privacywetgeving (AVG).
Met het nieuwe hulpmiddel wil de privacytoezichthouder voorkomen dat organisaties overhaast AI-systemen koppelen aan hun interne bestanden en gegevensverzamelingen. Door vooraf te toetsen op de beginselen van privacy by design en privacy by default, kunnen organisaties inschatten of de aanschaf en implementatie van generatieve AI überhaupt rechtmatig is.
Inbreuk op de AVG
Hoe streng de toezichthouder kijkt naar AI op de werkvloer, blijkt uit een advies dat de AP uitbracht na een zogeheten voorafgaande raadpleging (VR). De gemeente Haarlemmermeer had de toezichthouder om advies gevraagd over het voorgenomen gebruik van Microsoft 365 Copilot, een AI-assistent die direct gekoppeld is aan de documenten en communicatie van medewerkers.
Na onderzoek concludeert de AP dat de voorgenomen verwerking van persoonsgegevens via de Copilot-functionaliteit inbreuk zou maken op de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Details over de exacte knelpunten zijn vastgelegd in het openbaar gemaakte advies. Overigens mag Haarlemmermeer Copilot wel gebruiken met de juiste maatregelen.
Het besluit en advies vormt een belangrijk signaal voor andere gemeenten en organisaties die overwegen om vergelijkbare AI-software van grote techbedrijven uit te rollen op de werkvloer. Neben het nieuwe beoordelingshulpmiddel heeft de AP ook een handreiking gepubliceerd voor partijen die zelf generatieve AI-modellen ontwikkelen of in gebruik nemen.