Witold Kepinski - 31 juli 2026

Enschede hoeft AP-boete van 6 ton definitief niet te betalen

De gemeente Enschede hoeft de boete van 600.000 euro die de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) had opgelegd vanwege wifitracking definitief niet te betalen. Dat heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald in het hoger beroep. Volgens de hoogste bestuursrechter heeft de privacytoezichthouder haar onderbouwing voor de boete te laat en onzorgvuldig ingediend.

Enschede hoeft AP-boete van 6 ton definitief niet te betalen image

De Autoriteit Persoonsgegevens legde de boete op omdat het college van B&W van Enschede tussen mei 2018 en april 2020 wifitracking in de binnenstad gebruikte om bezoekersaantallen te tellen. Volgens de AP verwerkte de gemeente daarbij zonder geldige juridische grondslag persoonsgegevens van passanten van wie de wifi op hun mobiele apparaten aan stond. Dit zou een ernstige overtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) betekenen.

Eerdere herroeping door rechtbank standgehouden

De gemeente Enschede ging tegen het boetebesluit in beroep bij de rechtbank. De rechtbank stelde Enschede in het gelijk en oordeelde dat de AP niet had bewezen dat er met de toegepaste telmethode daadwerkelijk persoonsgegevens werden verwerkt. De rechtbank herriep de boete dan ook.

De AP legde zich hier niet bij neer en stapte naar de Raad van State. In het hoger beroep voerde de toezichthouder aan dat de rechtbank voorbij was gegaan aan het standpunt dat identificatie van individuele personen al plaatsvond bij de tellingen van unieke bezoekers, en dat er vanaf dat moment al sprake was van persoonsgegevens.

AP verzuimde onderbouwing tijdig op te nemen

De Raad van State oordeelt nu echter dat de AP dit standpunt te laat naar voren heeft gebracht. Het argument over unieke bezoekers stond namelijk niet in het oorspronkelijke besluit tot boeteoplegging, terwijl de toezichthouder dat er toen wel al in had kunnen opnemen.

Volgens vaste jurisprudentie bij bestuursrechtelijke boetebesluiten geldt vanwege de rechtszekerheid dat een bestuursorgaan het dragende bewijs voor een overtreding al bij de afronding van de bestuurlijke besluitvorming rond moet hebben. De AP mag niet pas in een latere beroepsprocedure bij de rechtbank met de feitelijke onderbouwing komen waarom er sprake is van een beboetbare overtreding.

Met het ongegrond verklaren van het hoger beroep door de Raad van State blijft de eerdere uitspraak van de rechtbank in stand. Daarmee is de juridische strijd beëindigd en is de boete van zes ton voor de gemeente Enschede definitief van de baan.

Copaco BN +BW
Data Expo 2026 BN