Kabinet: AI-afhankelijkheid van VS blijft risico
Het plotseling wereldwijd afsluiten van de geavanceerde AI-modellen Fable 5 en Mythos 5 door de Amerikaanse ontwikkelaar Anthropic legt de kwetsbare positie van Europa op het gebied van kunstmatige intelligentie bloot. Staatssecretaris Willemijn Aerdts (foto) (Digitale Economie en Soevereiniteit) geeft in beantwoording op Kamervragen toe dat Nederland en Europa volledig afhankelijk zijn van Amerikaanse aanbieders voor zogeheten frontier-modellen. Toch ziet het kabinet op de korte termijn geen aanleiding voor paniek of acute economische schade.
De Kamervragen werden medio juni ingediend door de D66-Kamerleden Oualhadj en El Boujdaini naar aanleiding van een opmerkelijk incident op 12 juni 2026. Anthropic besloot die day, als direct gevolg van een Amerikaans exportcontrolebesluit, de toegang tot zijn krachtigste AI-modellen Fable 5 en Mythos 5 met onmiddellijke ingang te blokkeren voor alle niet-Amerikaanse gebruikers. Europese organisaties en bedrijven verloren daardoor van het ene op het andere moment hun toegang, zonder voorafgaande waarschuwing, Europese inspraak of de mogelijkheid om in beroep te gaan.
Geen waarschuwing vooraf
Uit de antwoorden van staatssecretaris Aerdts blijkt dat het Nederlandse kabinet niet vooraf op de hoogte was gesteld van de Amerikaanse ingreep. D66 hekelde de situatie en stelde dat het incident aantoont dat de toegang tot cruciale AI-technologie door de Verenigde Staten als geopolitiek drukmiddel kan worden ingezet.
Aerdts onderschrijft de analyse dat Europa momenteel niet beschikt over eigen AI-modellen die qua niveau kunnen rivaliseren met Fable en Mythos. Wel nuanceert zij de directe economische impact van dit specifieke incident. Volgens de staatssecretaris zijn de gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven beperkt gebleven doordat de exportrestricties recent weer zijn beëindigd. Het kabinet schat de directe impact op het concurrentievermogen laag in, omdat er momenteel nog voldoende hoogwaardige alternatieve modellen beschikbaar zijn.
Tegelijkertijd waarschuwt het kabinet dat de markt zich snel ontwikkelt en dat vergelijkbare ingrepen in de toekomst mogelijk verstrekkendere gevolgen kunnen hebben voor de continuïteit, vertrouwelijkheid en datasoevereiniteit van Nederlandse organisaties.
Zorgen over cyberweerbaarheid
Extra gevoelig aan het uitschakelen van met name het Mythos-model is de rol die de software spelde binnen de cybersecurity. Mythos werd door een selecte groep organisaties in vitale sectoren gebruikt om kwetsbaarheden in software op te sporen voordat kwaadwillenden daar misbruik van kon maken. Volgens geruchten vormde een zogeheten jailbreak van Mythos zelfs de directe aanleiding voor het Amerikaanse exportverbod.
Aerdts benadrukt dat volgens het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) en onafhankelijk onderzoek de toegang tot specifieke Amerikaanse frontiermodellen niet strikt noodzakelijk is voor een effectieve verdediging. Wel erkent zij het risico van scheefgroei: kwaadwillenden kunnen AI gebruiken om op grotere schaal kwetsbaarheden aan te vallen, terwijl organisaties die hun verdediging niet automatiseren relatief kwetsbaarder worden.
Geen nationale uitwijkstrategie vanuit de overheid
Op de vraag of de Rijksoverheid en beheerders van vitale infrastructuur beschikken over een continuïteits- of exitstrategie voor het wegvallen van Amerikaanse AI-diensten, wijst de staatssecretaris op de eigen verantwoordelijkheid van organisaties.
Sinds de inwerkingtreding van de vernieuwde Cyberbeveiligingswet op 15 augustus 2026 geldt voor vitale entiteiten een wettelijke zorgplicht. Organisaties moeten in hun verplichte bedrijfscontinuïteitsplan zelf rekening houden met de risico's van toeleveranciers en het abrupte wegvallen van software en IT-diensten. Het is volgens het kabinet niet aan de overheid om voor elke specifieke technologie een centrale exitstrategie uit te werken, al biedt het NCSC wel richtlijnen aan.
Europese inhaalrace: Compute, AI-fabrieken en NADI
Om de strategische afhankelijkheid te verminderen, zet het kabinet in op een reeks Europese en nationale initiatieven:
Investeringen in Rekenkracht (Compute): Europa beschikt momenteel over slechts circa 5 procent van de wereldwijde AI-rekenkracht, tegenover 80 procent in de Verenigde Staten. Via het EuroHPC-programma en de opzet van een AI-fabriek in Groningen wordt gewerkt aan het opschalen van Europese capaciteit.
Frontier AI-initiatief: Nederland onderzoekt onder voorbehoud de deelname aan een nieuw publiek-privaat initiatief van Frankrijk, Duitsland en de Europese Commissie om geavanceerde Europese AI-systemen te ontwikkelen.
AI Safety Institute: In september 2026 verschijnt een interdepartementaal adviesrapport over de eventuele oprichting van een Nederlands AI Safety Institute, naar het voorbeeld van het Britse AISI.
Onderzoek via NADI: Staatssecretaris Aerdts heeft toegezegd te laten onderzoeken of het op te richten Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) via een gericht programma de ontwikkeling van Europese AI-infrastructuur, waaronder chipontwerp en hardware, kan versterken.
Het kabinet weigert echter in te gaan op de vertrouwelijke geopolitieke analyses en specifieke draaiboeken die op de achtergrond worden opgesteld voor het scenario waarin de toegang tot buitenlandse technologie volledig wordt afgesneden. Die informatie zal indien nodig uitsluitend vertrouwelijk aan de Tweede Kamer worden aangeboden.