Witold Kepinski - 09 september 2026

Raad van State kritisch op plannen voor online surveillance door politie

Het kabinetsvoorstel voor de nieuwe Wet gegevensvergaring openbare orde moet op belangrijke punten worden aangepast. Dat adviseert de Afdeling advisering van de Raad van State in een kritisch advies dat op 7 september 2026 is gepubliceerd. Met het wetsvoorstel wil de regering de politie en burgemeesters meer bevoegdheden geven om online informatie en persoonsgegevens te verzamelen ter voorkoming van ernstige ordeverstoringen. De Raad van State waarschuwt echter voor een "lappendeken aan bevoegdheden" en vraagt om een betere juridische onderbouwing.

Raad van State kritisch op plannen voor online surveillance door politie image

Het wetsvoorstel – ingediend na incidenten zoals rellen rond voetbalwedstrijden en online opgeroepen bijeenkomsten – maakt het mogelijk dat de politie ongericht zoekt naar persoonsgegevens in publiek toegankelijke online bronnen. Ook kunnen agenten individuen die een substantiële rol spelen bij verwachte ordeverstoringen online volgen en monitoren.

Zorgen over ad-hocbeleid en veranderende rol burgemeester

De Raad van State onderkent dat het openbare-orderecht moet aansluiten bij de gedigitaliseerde samenleving, maar hekelt de stapsgewijze verruiming van bevoegdheden. De adviesraad merkt op dat de wetgever niet ad hoc moet blijven reageren met losse wetten. In plaats daarvan is een integrale doordenking van het gehele stelsel nodig, in nauwe afstemming tussen de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

Daarnaast wijst het advies op de veranderende rol van de burgemeester, die steeds meer ingrijpende handhavingsbevoegdheden krijgt. Dit kan volgens de Raad van State schuren met de positie van de burgemeester als neutrale bestuurder boven de partijen.

Inbreuk op privacy en de rol van de rechter-commissaris

Hoewel de verzamelde data afkomstig is uit openbare bronnen, stelt de Raad dat het digitaal verwerken en koppelen van deze gegevens leidt tot een substantiële inbreuk op de persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM). De Raad adviseert om het begrip 'publiek toegankelijke bron' scherper af te bakenen en kritisch te kijken naar het inkopen van data via commerciële data brokers of het gebruik van gelekte gegevens uit hacks.

Het wetsvoorstel regelt dat een burgemeester pas een bevel mag geven voor online gegevensvergaring na een voorafgaande toetsing door een rechter-commissaris. De Raad van State zet vraagtekens bij deze constructie. Uit de rechtspraak volgt niet dwingend dat een rechter-commissaris – die primair vanuit het strafrecht opereert – hier een rol moet spelen. Bovendien roept de verwachte extra werklast van ruim 1.000 vorderingen per jaar grote vragen op over de praktische uitvoerbaarheid.

Knelpunten bij uitvoering en IT door de politie

Ook op het vlak van de uitvoering door de politie uit de Raad van State twijfels. Het wetsvoorstel kent afwijkende regels ten opzichte van de Wet politiegegevens (Wpg) voor wat betreft bewaartermijnen en vernietiging van data. In de praktijk kampt de politie nu al met ICT-problemen bij het naleven van de Wpg. Het is volgens de politie "vrijwel onmogelijk" om in bestaande systemen onderscheid te maken tussen gegevens die onder het nieuwe regime vallen en reguliere politiegegevens.

Tot slot adviseert de Raad van State om de randvoorwaarden voor geautomatiseerde gegevensvergaring (zoals de inzet van software en algoritmen) niet uit te stellen naar lagere regelgeving, maar de hoofdelementen direct in de wet op te nemen. Het kabinet zal het wetsvoorstel en de memorie van toelichting op basis van het advies moeten herzien voordat het aan de Tweede Kamer kan worden aangeboden.

Brandwebbing/Previder wk 37 BN + BW it-sa 2026  BN + BW
Brandwebbing/Previder wk 37 BN + BW