Rotterdam test detectie van ongewenste drones
Het kabinet neemt nieuwe stappen om het Nederlandse luchtruim veiliger te maken en beter zicht te krijgen op ongeautoriseerd dronegebruik. Met de oprichting van een nationale database voor dronevluchten moet het overzicht van het vliegverkeer worden gecentraliseerd. Nog dit jaar start in de haven van Rotterdam de eerste praktijkproef om detectiemethoden en datadeling in de praktijk te testen.
Momenteel is de informatie over dronevluchten nog sterk versnipperd over private en publieke partijen. De nieuwe database brengt gegevens uit onder meer radiofrequentiedetectie, radar, camera's en geluidssensoren samen. Dit maakt het eenvoudiger om ongeautoriseerde drones snel te onderscheiden van legitieme vluchten, zoals inspectie- en hulpdienstoperaties. Daarnaast wordt geoefend met het Europese U-space-systeem voor digitaal luchtverkeersmanagement.
De proef in het Rotterdamse havengebied dient als blauwdruk voor een gefaseerde landelijke uitrol. Volgens de planning wordt Schiphol in 2027 aangesloten, volgt de vitale infrastructuur op de Noordzee in 2028 en worden overige kritieke voorzieningen richting 2030 toegevoegd.
Om de sector breder te ondersteunen is in het derde kwartaal van 2026 reeds een Nationaal Expertisecentrum gestart voor vragen van kritieke entiteiten. Parallel daaraan werkt het kabinet aan een Strategische Agenda Onbemande Luchtvaart. In de eerste helft van 2027 staat een Nationale Drone Top gepland om de samenwerking tussen overheid en de dronesector verder te versterken.