De staat van AI in de Nederlandse industrie volgens ING
De Nederlandse maakindustrie zet stappen met kunstmatige intelligentie (AI), maar het tempo ligt te laag om de internationale aansluiting te behouden. Terwijl buurlanden sneller digitaliseren, kampt de Nederlandse sector met een opvallende daling in de reële waarde van haar softwarekapitaal. Hiermee dreigt de sector een cruciale productiviteitswinst mis te lopen. Dit schrijft ING analist Edse Dantuma, Econoom Industry & Healthcare in een publicatie.
In 2025 bereikte de Nederlandse industrie een mijlpaal: 18% van de bedrijven maakt gebruik van ten minste één AI-toepassing. Hiermee is de achterstand op andere sectoren ingelopen. Toch vertelt dit percentage slechts het halve verhaal. Waar Nederland in 2025 een adoptiegraad van 29% kent onder bedrijven met meer dan tien werknemers, laten België en Denemarken cijfers van bijna 40% zien. Ook het aandeel ‘grootgebruikers’ ligt in die landen aanzienlijk hoger aldus Dantuma.
De paradox van de software-investeringen
De meest verontrustende trend is zichtbaar in de kapitaalcijfers. Hoewel de nominale waarde van software stijgt, is de reële waarde van het industriële softwarekapitaal tussen 2019 en 2024 met 7,5% afgenomen. Dit staat in schril contrast met de landelijke trend, waar sprake is van een groei van 8,5%.
Zonder een krachtige investeringsimpuls in software en data-infrastructuur blijft het potentieel van AI onbenut. Academische studies tonen aan dat AI de jaarlijkse productiviteitsgroei met 3 procentpunten kan verhogen. Bedrijven die de boot missen, riskeren op de middellange termijn niet alleen marktaandeel, maar ook hun concurrentiepositie op de wereldmarkt.
Van tekstmining naar de 'dark factory'
Op dit moment wordt AI vooral ingezet voor laaghangend fruit: 17% van de bedrijven gebruikt textmining voor de analyse van onderhoudslogs of klantinteracties. 14% zet generatieve AI in voor het schrijven van code of teksten.
De werkelijke revolutie ligt echter in het automatiseren van de processen rondom de kernproductie. Waar robots in de fabriek al decennia de standaard zijn, valt de meeste winst te behalen in de integratie: autonome aanvoer door AGV’s (automatisch geleide voertuigen), AI-gestuurde offerteprocessen en het koppelen van IT aan OT (operationele technologie). Koplopers zoals Philips en ASML laten zien hoe het moet; zij zetten AI inmiddels in voor respectievelijk 30% van hun programmeerwerk en complexe engineeringvraagstukken.
De drempels: data en cultuur
Waarom gaat het niet sneller? "Industriebedrijven moeten een pragmatische aanpak kiezen," stelt sectorbanker Gert Jan Braam. "Begin klein, maar breng eerst de datahuishouding op orde." De grootste barrières zijn:
- Gebrekkige data-infrastructuur: Veel bedrijven bevinden zich pas op trede twee van de zes op de Industry 4.0-ladder.
- Kennisgebrek: De focus ligt traditioneel op werktuigbouw, terwijl IT-specialisten schaars zijn.
- Cultuur: De angst voor baanverlies remt de acceptatie, terwijl AI juist essentieel is om de aanhoudende personeelskrapte op te vangen.
Conclusie
AI is geen doel, maar een middel om processen te flexibiliseren en de high-mix, low-volume markt te bedienen. Voor de Nederlandse industrie is het tijd om de investeringscurve om te buigen. De boodschap van de koplopers is helder: fail fast, learn fast. Wie wacht tot de technologie volledig is uitontwikkeld, is te laat voor de productiviteitsspurt.