Martijn Kregting - 09 maart 2026

Nederlandse IT-top: Tijd voor Europese cloud-durf

Terwijl de term ‘digitale soevereiniteit’ vaak als politieke buzzword wordt gebruikt, ligt de werkelijke uitdaging voor de Nederlandse IT-top bij een veel praktischer begrip: autonomie. Tijdens een recente roundtable van Dutch IT Leaders werd de balans opgemaakt. De conclusie? Volledige onafhankelijkheid van Amerikaanse hyperscalers is een illusie, maar meer grip op de eigen data en infrastructuur is bittere noodzaak.

Nederlandse IT-top: Tijd voor Europese cloud-durf image

In de discussie tussen CIO's en IT-beslissers werd direct een scherp onderscheid gemaakt. Soevereiniteit is een zaak van landen en wetgeving, maar autonomie is de technologische zeggenschap die een organisatie zelf moet organiseren. Het gaat om het vermogen om de regie te houden over datascheiding, exit-strategieën en het voorkomen van een verstikkende vendor lock-in.

Het wurgcontract van het gemak

De dominantie van Amerikaanse hyperscalers zoals AWS, Microsoft en Google is niet uit de lucht komen vallen. Ze hebben gewonnen op schaal, stabiliteit en ongekend gemak. Voor veel organisaties was de overstap een logisch gevolg van een tekort aan eigen IT-capaciteit. Toch plaatsten de deelnemers een kanttekening: hoewel de dienstverlening van deze reuzen enorm rijk is, wordt in de praktijk vaak slechts een fractie van de aangeboden tools daadwerkelijk gebruikt.

Ondertussen groeien de risico's. Juridisch gezien hangt de Amerikaanse Cloud Act als een zwaard van Damocles over Europese data. Geopolitieke spanningen zorgen bovendien voor continuïteitsrisico's: wat als de kraan vanuit de VS plotseling wordt dichtgedraaid? De onzichtbare ketenafhankelijkheden zijn groot, zelfs voor wie denkt ‘veilig’ on-premises te werken op Amerikaanse licenties.

De onzichtbare Europese alternatieven

Een opvallend punt tijdens de roundtable was de onderbelichting van lokale alternatieven. "Er is meer lokaal en Europees aanbod dan organisaties vaak beseffen," klonk het aan tafel. Europese initiatieven hebben de potentie om schaal te bereiken, maar ze kampen met een gebrek aan zichtbaarheid en investeringsbereidheid. Deelnemers pleiten daarom voor een proactieve houding: bouw voort op wat er al is in plaats van het wiel in Europa opnieuw te willen uitvinden.

Het kennishiaat: De menselijke factor

De grootste barrière voor een autonoom Nederland is echter niet technologisch, maar menselijk. Er is een nijpend tekort aan IT-professionals met kennis van niet-Amerikaanse technologie. Het onderwijs is momenteel sterk afhankelijk van gratis lesmateriaal van Big Tech, waardoor een nieuwe generatie wordt opgeleid met een eenzijdige blik.

De roep om een structurele aanpak is luid: van het basisonderwijs tot aan bijscholing voor zij-instromers moet de focus verschuiven naar een breder technologisch palet. Publiek-private samenwerking is hierbij essentieel om innovatie buiten de gebaande paden van de grote drie te stimuleren.

De strategische routekaart

Hoe moet Nederland nu verder? De roundtable formuleerde vier strategische lijnen:

  1. Dataclassificatie: Bepaal per dataset waar autonomie echt cruciaal is en waar de publieke cloud volstaat.
  2. Organiseer exit-opties: Gebruik open standaarden en zorg voor portabiliteit.
  3. Benut lokaal aanbod: Investeer in en gebruik Europese cloud-capaciteit.
  4. Duidelijke kaders: De overheid moet regie voeren en in vitale infrastructuur durven mee-investeren.

Conclusie: Grip in plaats van isolatie

Volledige autonomie is niet haalbaar en ook niet nodig. Het gaat om het herwinnen van de grip. De grootste uitdaging voor de komende 15 jaar ligt in het onderwijs en de bewustwording. Ondanks de risico's is er optimisme: de bouwstenen voor een autonoom Europees ecosysteem zijn er al, ze moeten nu alleen nog worden benut.

Omada Hospitality webinar BW BN Datto 01 2026 BW + BN periode 2
Omada Hospitality webinar BW BN