Martijn Kregting - 07 oktober 2026

Gerdine Keijzer-Baldé en Nathan Ducastel: ‘Na bumpy ride nu snelheid maken met NDS’

De Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) moet een einde maken aan de versnippering van de digitale overheid. De weg ernaartoe was lang, extra financiering bleef uit en de NDS-Raad die de uitvoering moest aanjagen, is inmiddels opgeheven. Toch zien Gerdine Keijzer-Baldé - kwartiermaker en beoogd directeur-generaal Digitaliseringsbeleid Samenleving en Overheid - en NDS-ambassadeur Nathan Ducastel voldoende reden voor optimisme, vertelt hij in de coverstory van het afgelopen september verschenen DutchIT.com-magazine. Op de werkvloer komt samenwerking op gang. Nu moet bestuurlijk het commitment volgen om van plannen tot praktische gezamenlijke voorzieningen te komen.

Gerdine Keijzer-Baldé en Nathan Ducastel: ‘Na bumpy ride nu snelheid maken met NDS’ image

Gerdine Keijzer-Baldé - beoogd directeur-generaal Digitaliseringsbeleid Samenleving en Overheid - en NDS-ambassadeur Nathan Ducastel.

De Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) heeft een veelzeggende ondertitel: Samen versnellen. Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen en publieke dienstverleners moeten veel meer samen optrekken bij onder meer cloud, data, AI, digitale dienstverlening, weerbaarheid en digitaal vakmanschap.

De praktijk bleek weerbarstiger. Zo besloeg de aanloop naar de strategie meerdere kabinetten (zie ook de Tijdlijn-afbeelding). Onder staatssecretaris Alexandra van Huffelen (Digitalisering) groeide al de aandacht voor een meer samenhangende digitalisering van de overheid.  Haar opvolger Zsolt Szabó maakte daar vanaf 2024 de NDS van.

Szabó wilde af van afzonderlijke strategieën en koos voor samenwerking volgens het ‘Huis van Thorbecke’: Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en publieke dienstverleners moesten als één overheid gezamenlijk prioriteiten bepalen. Onder het motto Samen versnellen werd de NDS bewust compact gehouden en uiteindelijk teruggebracht tot zes prioriteiten (zie ook kader NDS in één oogopslag).

‘Bumpy ride’

“Het is best een ‘bumpy ride’ geweest”, zegt Nathan Ducastel nu. Hij was tot april voorzitter van de NDS-Raad en is sinds mei 2026 ambassadeur voor de strategie (zie kader Van NDS-Raad naar ambassadeur). “De belangrijke bijdrage van Zolt zat op het benadrukken van een interbestuurlijke basis voor de NDS, op het benadrukken van scherpe prioriteiten, op nu aan de slag gaan, op urgentie.”

Het vertrek van Szabó wegens de val van het Kabinet-Schoof in juni 2025 was een nieuwe kink in de kabel. Onder zijn tijdelijke vervanger Eddie van Marum nam de Ministerraad de strategie alsnog aan. Die vertraging tekent volgens Ducastel een breder probleem: de urgentie van een samenhangende strategie voor overheidsdigitalisering werd vaak benoemd, maar er werd niet altijd naar gehandeld.

Daar kwam een tweede obstakel bij: geld, of liever gezegd het ontbreken ervan. Ducastel: “De ondertitel van de NDS is Samen versnellen. Om dit te realiseren, waren extra financiële middelen wel enorm wenselijk geweest. Die zijn er niet gekomen. Nu kijken we naar wat wel mogelijk is en hoe.”

Meer samenhang

Het Kabinet Jetten besloot dit jaar tot één samenhangende digitaliseringsportefeuille. In de ogen van Gerdine Keijzer-Baldé een grote stap in de goede richting, omdat zo digitale economie, samenleving en overheid meer met elkaar verbonden zijn. Keijzer-Baldé werd op 13 april 2026 benoemd tot kwartiermaker en is beoogd directeur-generaal van het nieuw op te richten directoraat-generaal Digitaliseringsbeleid Samenleving en Overheid bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

“Ik zie de keuze van het huidige kabinet als volkomen logisch”, benadrukt ze. “Voor de digitale overheid staat digitaal autonoom worden centraal. In de NDS hebben de diverse overheidspartijen elkaar gevonden en hierop is ook de interbestuurlijke samenwerking gebaseerd.”

Staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit van Nederland) is volgens Keijzer-Baldé blij met deze beweging en wil verder met de NDS, omdat ze het commitment ziet. Ze zegt hierover: “De bestuurlijke aanjagers zetten met elkaar de schouders onder de NDS-versnellers. Ik vind het heel mooi dat ze dat doen vanuit het adagium dat je samen verder komt dan alleen."

Meer dan plannen

Van buitenaf kan het desondanks lijken alsof sinds de totstandkoming van de NDS weinig is gebeurd. Ducastel begrijpt dat beeld en vind het niet gek gegeven de huidige fase, maar deelt dat beeld niet. Juist in de laag onder het bestuurlijke niveau ziet hij de eerste contouren van gezamenlijke uitvoering ontstaan.

“Ik snap het gevoel dat er weinig lijkt te gebeuren, maar heel positief vind ik dat men op veel meer niveaus is gaan samenwerken. Men vindt elkaar op werkvloerniveau, waar de NDS in de praktijk wordt gebracht, heeft elkaar gevonden in de zes thema’s van de NDS. Op allerlei plekken is er ondanks alle genoemde handicaps energie ontstaan om zaken op te pakken – cloud, werkplekken, bepaalde AI-toepassingen, vakmanschap.”

Ook rond data zijn stappen gezet. De bestaande interbestuurlijke datastrategie is in de NDS opgenomen, standaarden zijn afgesproken en er ontstaat meer duidelijkheid over de benodigde datastelsels. Ducastel verwacht dat in bestuurlijke overleggen dit najaar een aantal keuzes kan worden vastgelegd, waarna daadwerkelijk kan worden uitgerold.

Om ondanks het ontbreken van extra middelen verder te kunnen, is volgens hem een pragmatische keuze gemaakt. “We hebben met betrekking tot de NDS een soort knip gemaakt, zodat we verder kunnen op basis van alle mogelijkheden binnen de bestaande dekking. Alle betrokken overheden hebben zich er nu aan gecommitteerd om op deze manier de volgende stap te zetten.”

Van raad naar ambassadeur

Ook de governance rond de NDS veranderde. De in 2025 ingestelde NDS-Raad, met deskundigen uit overheid, wetenschap en bedrijfsleven, moest de uitvoering kritisch volgen en versnellen. Inmiddels is de raad, waarvan Ducastel voorzitter was, opgeheven. “Dat vond ik jammer, al begreep ik het wel. Maar men wilde wel die positieve samenwerking overeind houden, en daar is mijn ambassadeursrol voor gevormd.”

Ducastel moet in zijn nieuwe functie partijen blijven verbinden en de uitvoering aanjagen. “Kort door de bocht is mijn rol het aanjagen en het bevorderen van het NDS-gedachtegoed. Dat zit in voorbij de vrijblijvendheid, in het interbestuurlijk samenwerken, in het blijven werken aan de doelstellingen en prioriteiten uit de NDS.”

Zijn uitgangspunt daarbij is de burger of ondernemer. Die heeft weinig boodschap aan de bestuurlijke grenzen tussen gemeente, Rijk of publieke dienstverlener. Die wil simpelweg geholpen worden. Juist daarvoor zijn naadloze samenwerking en interoperabiliteit noodzakelijk.

Zijn nieuwe titel betekent niet dat Ducastel kan bepalen wat al stakeholders moeten doen, benadrukt hij. “Ik heb geen formeel mandaat. Wel gezag in mijn functie, maar geen macht. Als ik probeer om de uitvoering van de NDS in een bepaalde richting te duwen die betrokken partijen niet willen, dan is mijn rol heel snel uitgespeeld.”

Hij ziet zichzelf daarom vooral als een spin in het web die problemen signaleert, adviseert en alternatieven aandraagt. “Het is heel makkelijk om te bedenken waarom iets niet lukt. Ik wil liever bedenken hoe het dan wel kan.”

Rijdende trein

Keijzer-Baldé stelt dat zij vanuit haar huidige en haar beoogde functie op een rijdende trein stapt, in de wetenschap dat de NDS een langere voorgeschiedenis heeft. Ze ziet dat overheden digitaliseringsvraagstukken lang grotendeels afzonderlijk hebben aangepakt. Tegelijkertijd zijn de uitdagingen steeds minder binnen één organisatie of bestuurslaag op te lossen. Europese regelgeving neemt toe, technologie ontwikkelt zich razendsnel en onderwerpen als digitale autonomie en afhankelijkheid van grote tech-leveranciers zijn veel prominenter.

Ducastel zag al in zijn rol als directeur VNG Realisatie dat digitaliseringsvraagstukken van gemeenten veel overlap vertonen met die van andere overheden. De NDS kan die gedeelde belangen bij elkaar brengen. “Ik wil duidelijk stellen dat we ook echt – zoals ook in de NDS gesteld wordt – de vrijblijvendheid voorbij zijn. Het besef is er nu echt dat 1500, 1600 (zoveel organisaties zijn bij de NDS-visie en -uitvoering betrokken, red.) keer het wiel weer uitvinden gewoon niet werkt.”

Het betekent ook accepteren dat niet iedere organisatie zelf de regie kan houden, vult Keijzer-Baldé aan. “Soms moet de regievoering elders liggen, moet je meegaan met wat elders ontwikkeld en uitgewerkt is. Digitalisering van en bij de overheid is enorm complex, kostbaar en dient aan standaarden te voldoen. Daar is heel veel en zeer diverse kennis en kunde voor nodig. Dan moet je niet met elkaar gaan concurreren, maar de krachten bundelen.”

Zo’n aanpak levert volgens de kwartiermaker bovendien meer op dan alleen efficiency. Gezamenlijke keuzes maken over standaarden en systemen vermindert kwetsbaarheid, vergroot interoperabiliteit en kan uiteindelijk de digitale dienstverlening verbeteren.

Bestuurlijk commitment

De echte proef moet nog komen. Standaarden bedenken en gezamenlijke voorzieningen ontwikkelen heeft alleen zin wanneer organisaties ze vervolgens gaan gebruiken. “The proof of the pudding ligt straks in het allemaal uitrollen en gaan gebruiken van wat we nu aan het bedenken zijn op basis van de NDS”, aldus Ducastel.

Dat vergt volgens Keijzer-Baldé een overtuigend verhaal over waarom gezamenlijke digitalisering en concrete oplossingen nodig zijn voor vraagstukken waar overheden al veel langer mee worstelen. Daarbij kijkt zij nadrukkelijk naar samenwerking met marktpartijen om complexiteit te verkleinen. Voor bijvoorbeeld nieuwe standaarden voor gegevensuitwisseling kunnen de 1.500-1.600 bij de NDS betrokken afzonderlijke overheidsorganisaties natuurlijk apart hun leveranciers benaderen. Maar wanneer veel van die organisaties door dezelfde beperkte groep bedrijven worden bediend, kan de overheid ook samen optrekken richting die leveranciers.

Nathan Ducastel: “The proof of the pudding ligt in het allemaal uitrollen en gaan gebruiken van wat we nu aan het bedenken zijn op basis van de NDS."

Keijzer-Baldé is daar helder over: “Door overheidsbreed inzichtelijk te maken hoeveel bijvoorbeeld aan cloud wordt uitgegeven, kan inkoopkracht gedeeltelijk worden gebundeld en kunnen keuzes over autonomie, technologie en beschikbare budgetten beter met elkaar worden verbonden.”

Gratis is zo'n versnelling niet. Bestaande contracten aanpassen of leveranciers nieuwe standaarden laten implementeren kost geld. Ducastel: “Daar zal een prijskaartje aan zitten, wat bestuurlijk commitment vergt, maar het zorgt wel voor veel minder complexiteit en meer overzicht. Wil je meer snelheid en moet je bestaande contracten aanpassen, dan zal dat meer kosten. De mate van bestuurlijk commitment bepaalt in hoeverre dit mogelijk is.”

Dat legt ook het dilemma van de NDS bloot. Op 4 juli 2025 committeerde alle overheidslagen zich aan de inhoudelijke koers. Nu draait het om bestuurlijke keuzes als het vrijmaken van middelen en een deel van de eigen speelruimte opgeven. Daarmee wordt vrijblijvendheid serieus getest.

Samen leren

Ducastel verwacht niet dat dankzij de NDS alle overheids-IT-projecten voortaan goed gaan. Experimenteren blijft nodig en daarbij zullen ook projecten mislukken. Belangrijker vindt hij dat ervan wordt geleerd en dat op fundamentele onderdelen van de digitale basis gezamenlijke keuzes worden gemaakt.

“Ik zal in ieder geval heel tevreden zijn wanneer we in de digitale basis een aantal keuzes weten te maken waardoor we in de toekomst kunnen kiezen voor soevereiniteit, uit vendor lock-ins komen, dat er open source en andere alternatieven zijn voor zowel missiekritieke als standaard bedrijfssystemen.”

Daarvoor is volgens hem ook een andere kijk op ICT nodig. Digitalisering is geen losstaand beleidsdossier meer. “Ik vind het heel belangrijk dat eindelijk overheidsbreed beseft wordt hoe belangrijk ICT geworden is voor ons totale functioneren. Niet als doel, maar als productiemiddel en net zo belangrijk als geld.”

De NDS – of breder gezien digitalisering van en bij de overheid - zal daarom nooit op een dag ‘af’ zijn. Technologie, maatschappelijke eisen en geopolitieke omstandigheden blijven veranderen. Ducastels optimisme zit vooral in de beweging die volgens hem inmiddels is ingezet. “We zitten wel in een tijdperk waarin we van ieder voor zich naar met elkaar gaan. Als we dat op een paar dossiers kunnen bewijzen, dan denk ik dat het naar meer smaakt en dat we dat op veel meer dossiers kunnen doen.”

Explainer: de NDS in één oogopslag

De Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) moet een einde maken aan versnippering in de digitale overheid. Vijftien overheidsorganisaties vanuit verschillende bestuurslagen werkten eraan mee. Uitgangspunt is het digitale Huis van Thorbecke: Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en publieke dienstverleners werken bij gezamenlijke digitaliseringsvraagstukken als één overheid. Het principe daarbij is centraal afspreken, federatief inrichten.

Waarom zes prioriteiten?

De NDS kiest bewust voor een beperkt aantal onderwerpen waarop urgentie én impact het grootst zijn. Technologische ontwikkelingen gaan snel, de arbeidsmarkt is krap en geopolitieke ontwikkelingen vergroten het belang van digitale weerbaarheid en autonomie. Tegelijkertijd hinderen afzonderlijke cloudstrategieën, datasilo's, slecht aansluitende systemen en eigen AI-oplossingen samenwerking en goede dienstverlening.

De zes prioriteiten

1. Cloud
Gezamenlijk werken aan cloudtechnologie en een sterkere positie rond soevereine cloud.

2. Data
Data verantwoord delen en gebruiken en overheidsbrede datastelsels beter op elkaar laten aansluiten.

3. Artificiële Intelligentie
Kansen van AI gezamenlijk benutten en toepassingen verantwoord ontwikkelen, gebruiken en opschalen.

4. Burgers en ondernemers centraal
Digitale dienstverlening organiseren vanuit de gebruiker, zodat burgers en ondernemers de overheid meer als één geheel ervaren.

5. Digitale weerbaarheid en autonomie
De overheid weerbaarder maken tegen digitale verstoringen en strategische afhankelijkheden verminderen.

6. Digitaal vakmanschap
Ambtenaren de digitale kennis, vaardigheden en moderne werkomgeving geven die nodig zijn voor een digitale overheid.

Van vier naar drie interventies

Naast de inhoudelijke prioriteiten kent de NDS interventies: overheidsbrede maatregelen die belemmeringen voor de uitvoering moeten wegnemen. Begin 2026 zijn twee van de oorspronkelijke vier interventies samengevoegd. Er zijn er nu drie:

Standaarden, collectieve oplossingen en bouwstenen
Gezamenlijke standaarden daadwerkelijk invoeren en waar nodig collectieve voorzieningen verplicht gebruiken. Doel: minder dubbel werk, betere interoperabiliteit en minder vrijblijvendheid.

IT-sourcing & bundelen inkoopkracht
Overheidsbreed keuzes maken over wat wordt ingekocht, bij wie en onder welke voorwaarden. Gezamenlijke inkoopkracht moet continuïteit, weerbaarheid, autonomie en doelmatigheid vergroten.

Wetgeving
Juridische expertise bundelen, digitale wetgeving gezamenlijk implementeren en wettelijke obstakels voor samenwerking en digitalisering wegnemen.
 

Infinity BN+BW Axians - Oktober 2026 - AI
Infinity BN+BW