Kabinet: strengere toetsing voor Nederlandse octrooien
Het kabinet gaat de Rijksoctrooiwet ingrijpend herzien om de Nederlandse innovatiekracht en het investeringsklimaat te beschermen. Kern van het voorstel is het invoeren van een verplichte inhoudelijke toetsing voor alle octrooiaanvragen. Hiermee komt er een einde aan het huidige systeem waarbij octrooien vrijwel automatisch worden verleend, wat de laatste jaren leidde tot toenemende rechtsonzekerheid.
Onder het nieuwe stelsel gaat het Octrooicentrum Nederland elke aanvraag strikt controleren op wettelijke criteria zoals nieuwheid en inventiviteit. Op basis van die toets wordt een octrooi voortaan wel of niet verleend. Volgens het kabinet is dit noodzakelijk omdat bedrijven met een octrooi gemiddeld 28% meer inkomsten per werknemer genereren, maar die waarde alleen gewaarborgd is als het patent juridisch onwrikbaar is.
Einde aan het 'opnieuw uitvinden van het wiel'
Minister Karremans (Economische Zaken) benadrukt dat het huidige systeem innovatie eerder remt dan stimuleert. "Het komt nu voor dat er onterechte octrooien worden verleend voor technieken die allang bestaan," aldus de minister. "Een getoetst octrooi biedt ondernemers zekerheid over de werkelijke waarde van hun uitvinding. Dat is cruciaal voor het aantrekken van investeringen en het sluiten van licentiedeals."
Naast de strengere toetsing bevat het wetsvoorstel nog twee belangrijke wijzigingen:
Uitbreiding naar zee: De wet gaat ook gelden op de Noordzee en de wateren rondom de Caribische eilanden, met het oog op groeiende economische activiteiten op open water.
Minder regeldruk: Acht specifieke regels rondom patenten worden vereenvoudigd of geschrapt. Dit is onderdeel van Karremans' bredere offensief om vóór de zomer van 2026 de druk van in totaal 500 regels te verminderen.
Caribische impact
De wetswijziging heeft een brede reikwijdte en zal ook van kracht worden op Curaçao, Sint Maarten en in Caribisch Nederland. De Rijksministerraad is inmiddels akkoord met het plan. Het voorstel wordt nu voor advies naar de Raad van State gestuurd, waarna de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer volgt.