Extinction Rebellion valt bouwplaats datacenter Amsterdam aan
Actievoerders van Extinction Rebellion (XR) hebben in de nacht van woensdag 15 op donderdag 16 juli een actie uitgevoerd bij de bouwplaats van een nieuw datacenter nabij station Amsterdam Sloterdijk. De klimaatactiegroep claimt de betonnen fundering van het complex te hebben verzwakt met een chemisch mengsel. De actie is onderdeel van de campagne ‘Geef Tegengas’, die zich verzet tegen de komst van het datacenter.
Actievoerders van Extinction Rebellion (XR) hebben in de nacht van woensdag 15 op donderdag 16 juli een actie uitgevoerd bij de bouwplaats van een nieuw datacenter nabij station Amsterdam Sloterdijk. De klimaatactiegroep claimt de betonnen fundering van het complex te hebben verzwakt met een chemisch mengsel. De actie is onderdeel van de campagne ‘Geef Tegengas’, die zich verzet tegen de komst van het datacenter.
Volgens een verklaring van XR hebben de activisten waterballonnen over de hekken van het bouwterrein gegooid. Deze ballonnen waren gevuld met een mengsel van waterstofperoxide, azijnzuur, zout en acrylverf. De actiegroep stelt dat dit zure mengsel het beton aantast en dat de waterstofperoxide de corrosie van de stalen wapening versnelt.
De actievoerders verklaren de actie bewust ’s nachts te hebben uitgevoerd, wanneer er geen bouwvakkers op het terrein aanwezig waren, om gezondheidsrisico's door blootstelling aan de chemische stoffen te vermijden.
Protest tegen 'hyperscalers' en stroomverbruik
Het in aanbouw zijnde datacenter wordt ontwikkeld door de Britse Pure Data Centers Group (Pure DC) en is bestemd voor verhuur aan techgigant Microsoft. Het project, dat bestaat uit drie torens, ligt al langer onder vuur bij actiegroepen en omwonenden. Volgens critici is de opsplitsing in drie delen een poging om de strenge regelgeving omtrent de bouw van grote datacenters, zogeheten 'hyperscalers', te omzeilen.
Extinction Rebellion wijst op de grote maatschappelijke impact van dergelijke datacenters op het Nederlandse elektriciteitsnet. De groep refereert hierbij aan het bestaande datacenter van Microsoft in Middenmeer, dat naar verluidt ruim één procent van de totale Nederlandse elektriciteit consumeert. Volgens de actiegroep draagt dit hoge stroomverbruik direct bij aan de opwarming van de aarde en legt het een onevenredig grote druk op het reeds overbelaste stroomnet. Daarnaast uiten zij zorgen over het hoge waterverbruik en mogelijke geluidsoverlast voor mens en dier.
Verband met geopolitiek en AI
De actie richt zich niet alleen op het milieu, maar heeft ook een sterke geopolitieke en maatschappelijke lading. XR-woordvoerder Martijn Dekker legt een direct verband tussen de macht van grote technologiebedrijven en internationale conflicten. De actiegroep beschuldigt Microsoft van medeplichtigheid aan mensenrechtenschendingen. Zij verwijzen hierbij naar eerdere berichtgeving waarin werd gesteld dat het Israëlische leger data van Palestijnse burgers uit de Gazastrook heeft opgeslagen in Microsoft-faciliteiten voor militaire doeleinden.
Daarnaast keert de beweging zich tegen de snelle opkomst van kunstmatige intelligentie (AI), waarvoor deze datacenters grotendeels worden gebouwd. Volgens de activisten leidt de wildgroei aan AI-toepassingen tot banenverlies en de diefstal van intellectueel eigendom van onder andere kunstenaars.
Onduidelijkheid over impact en juridische stappen
Ondanks de claims van de actiegroep blijft de feitelijke impact van de actie op de constructie onduidelijk. Nederlandse media melden dat zowel ontwikkelaar Pure DC als de hulpdiensten hebben bevestigd dat er inderdaad ballonnen naar de bouwplaats zijn gegooid, maar zij deden geen uitspraken over de exacte inhoud daarvan.
Pure DC liet in een reactie aan NRC (betaalmuur) weten dat de actie geen enkele invloed heeft gehad op de voortgang van de bouw. De ontwikkelaar heeft aangekondigd juridische stappen te ondernemen tegen de verantwoordelijken. Extinction Rebellion liet daarentegen aan de krant weten van plan te zijn om in de toekomst soortgelijke acties uit te voeren bij andere datacenterprojecten.