'Rapport Wennink vol spookcijfers': kritiek op toekomstplan zwelt aan
Het onlangs gepresenteerde rapport van oud-ASML-topman Peter Wennink over het Nederlandse verdienvermogen ligt onder vuur. Critici en economische analisten waarschuwen voor een "stortvloed aan spookcijfers" en noemen de gebruikte statistieken in het plan creatief tot misleidend.
Dit melden onder andere NRC (betaalmuur), Tijmen de Vosvan de FNV en en podcast van Maarten van Rossem en Tom Jessen.
In zijn rapport stelt Wennink dat Nederland direct moet handelen om de economische groei boven de 1,5 procent te tillen, omdat de koopkracht van huishoudens anders zou verdampen.
Volgens Wennink zou een gemiddeld gezin er jaarlijks 1700 euro op achteruitgaan bij het huidige beleid. Deze claim spreekt ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) echter tegen; het CPB verwacht bij een lagere groei juist een lichte stijging van de koopkracht, aldus De Vos.
Selectieve statistieken
Analisten wijzen erop dat Wennink rekent met een "gitzwart scenario" waarin de staatsschuld oploopt tot 234 procent van het bbp, een verdubbeling van wat politieke partijen becijferen. Ook op het gebied van ruimtelijke ordening lijkt het rapport de feiten te buigen. Wennink claimt dat Nederland te weinig grond biedt aan bedrijven vergeleken met de buurlanden. In werkelijkheid gebruikt Nederland met 3% bijna de helft meer grond voor bedrijvigheid dan bijvoorbeeld Duitsland (1,8%) aldus De Vos.
Onduidelijke financiering
De geloofwaardigheid van de voorgestelde investeringen wordt eveneens betwist. Een paradepaardje in het plan, een private AI-fabriek op de Maasvlakte, wordt begroot op 22 miljard euro. Echter, de initiatiefnemer sprak recentelijk over een investering van slechts 7,5 miljard, waarvan een deel bovendien publiek geld moet zijn.
Hoewel Wennink de jaarlijkse kosten op 2 à 8 miljard euro raamt, suggereren de deelposten in het rapport — waaronder miljarden voor een Nationale Investeringsbank en infrastructuur — een veel hogere rekening. Het rapport lijkt daarmee eerder een ambitieuze wensenlijst van het bedrijfsleven dan een sluitende economische onderbouwing.