Digitale strategie, soevereiniteit, AI-risico’s en samenwerking centraal op GovTech Diner
Tijdens het GovTech Diner in Den Haag stonden vier thema’s centraal die de digitale agenda van overheid en bedrijfsleven in toenemende mate bepalen: de uitvoering van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS), de praktische invulling van digitale soevereiniteit, de kwetsbaarheid van AI-systemen en de noodzaak tot daadwerkelijk partnerschap. Vier sprekers gaven vanuit hun eigen domein een inkijk in deze vraagstukken en de onderliggende spanningen.
Het jaarlijkse diner, georganiseerd door DutchIT.com in samenwerking
met Pieter Hasselaar (DTACT) en Tony van der Togt (Coördinerend
Beleidsadviseur bij BZK), bracht ruim tachtig IT-beleidsmakers en
IT-leveranciers bijeen. In de besloten setting van de Nieuwe of
Littéraire Sociëteit De Witte werden inzichten gedeeld uit
presentaties en onderlinge gesprekken. Rode draad daarbij was hoe
Nederland zich digitaal weerbaar kan organiseren in een snel
veranderende geopolitieke en technologische context.
Regie op
digitalisering vraagt om gezamenlijke koers
Voormalig
staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering Zolt Szabó
trapte de avond af met een reflectie op de totstandkoming van de
Nederlandse Digitaliseringsstrategie.
Zijn verhaal draaide
om het doorbreken van versnippering en het aanbrengen van regie over
bestuurslagen heen. “Ik wilde echt vaart maken met de NDS om een
einde te maken aan alle versnippering van strategietjes over alle
ministeries en bestuurslagen heen.”
Volgens Szabó
ontbrak het lange tijd aan een samenhangende visie op digitalisering.
Verschillende ministeries ontwikkelden eigen strategieën, zonder
duidelijke onderlinge verbinding. Daarmee bleven fundamentele vragen
onderbelicht, zoals de maatschappelijke waarde van digitalisering en
de impact van afhankelijkheid van internationale technologiepartijen.
“Als Tweede
Kamerlid had ik onder meer te maken met de diverse ICT-strategieën
van sleutelministeries. Kernvragen werden daar niet in beantwoord,
zoals: wat hebben we aan digitalisering, wat kunnen we ermee – en
hoe zit het met onze digitale autonomie?”
De NDS moet die versnippering doorbreken door digitalisering als een gezamenlijk vraagstuk te benaderen, waarin Rijk, medeoverheden, bedrijfsleven en wetenschap samenwerken. Daarbij ligt de nadruk op thema’s als data, AI en digitale autonomie.
“Wat willen we van
elkaar, wat hebben we aan elkaar?”
Tegelijkertijd waarschuwde Szabó dat tempo cruciaal is in een internationale context waarin technologische ontwikkelingen elkaar snel opvolgen. “Het tempo moet echt omhoog, anders streven die rivalen ons links en rechts ook de komende jaren voorbij.” Hij sprak daarbij wel zijn vertrouwen uit dat het huidige kabinet die vaart erin houdt.

Digitale
soevereiniteit: van abstract begrip naar praktische keuzes
Waar Szabó de
strategische lijnen schetste, ging Nathalie Barrera, Director EMEA
Privacy and Data Regulations Lead bij Palo Alto Networks, in op
digitale soevereiniteit als concreet vraagstuk voor organisaties en
overheden.
Volgens Barrera is
soevereiniteit een begrip dat steeds prominenter op de agenda staat,
maar tegelijkertijd moeilijk te definiëren blijft. “Een eerste
probleem als we het hebben over soevereiniteit is de definitie.
Iedereen die ik spreek, definieert de term vanuit zijn of haar
positie.”
Toch ziet zij een duidelijke rode draad in de discussies die zij internationaal voert: de behoefte aan controle. “Wanneer we alle ruis weghalen, horen we vaak één onderwerp: de noodzaak van controle.”
Die controle
vertaalt zich volgens haar naar meerdere dimensies, waaronder data,
technologie, juridische kaders, operationele continuïteit en
economische autonomie. De prioriteit verschilt per organisatie, maar
de onderliggende vraag is steeds dezelfde: hoe behoud je grip in een
complexe digitale keten?
“Continuïteit van diensten is niet langer ‘nice to have’, het is een fundamenteel vereiste.”
Barrera waarschuwde
voor het reduceren van soevereiniteit tot een simpele keuze tussen
Europese en niet-Europese technologie. In de praktijk gaat het om een
veel genuanceerdere afweging van risico’s, governance en context.
“Momenteel lijkt dit een binaire keuze. Maar dit is niet de juiste
keuze.”
Volgens haar
ontwikkelt soevereiniteit zich daarom niet tot één standaard, maar
tot een spectrum waarin organisaties hun positie moeten bepalen.
“Niet als een ‘one size fits all’, als één standaard, maar
als een spectrum.”Wie als organisatie duidelijk positie neemt in
dit spectrum, zal erin slagen om soevereiniteit van abstract begrip
naar concrete toepassing te brengen.
AI-systemen
blijken manipuleerbaar
De derde presentatie
maakte duidelijk hoe kwetsbaar die digitale infrastructuur in de
praktijk kan zijn. Ethisch hacker en Red Team-lid bij Q-Cyber Kevin
Zwaan en Yuri Bobbert, hoogleraar aan de Antwerp Management School en
de Universiteit Antwerpen, tevens CSO bij ON2IT en medeoprichter van
AnoveAI, presenteerden hun onderzoek naar het hacken van een large
language model.
Zwaan liet zien hoe
het AI-model Claude van Anthropic via gerichte prompts kon worden
gemanipuleerd tot het genereren van malware. Opvallend daarbij is dat
deze hack uit januari niet gebaseerd was op technische
kwetsbaarheden, maar op beïnvloeding van het model zelf. “We
hebben een LLM omgezet in een malwarefabriek.”
Volgens Zwaan draait
het om het ‘overtuigen’ van het model, waardoor het zijn eigen
veiligheidsmechanismen relativeert. “Het is dus echt mogelijk om
een LLM op basis van trigger-vragen compliant te maken.”
De impact daarvan kan volgens hem groot zijn, zeker wanneer deze aanpak op schaal wordt toegepast. “Wat voor impact heeft dit op het gebied van malware, des- en misinformatie? In theorie zou ik nu vanuit mijn huiskamer elke verkiezing op Aarde kunnen manipuleren.”
Zwaan benadrukte dat
hij de hack juist uitvoerde om bewustwording te creëren en
leveranciers en gebruikers aan te zetten tot actie. Tegelijkertijd
maakt de snelheid waarmee dergelijke aanvallen inmiddels kunnen
worden uitgevoerd — van 48 uur naar circa tien minuten —
duidelijk hoe urgent het probleem is.
Volgens de sprekers vraagt dit om een andere benadering van AI-beveiliging, waarin niet alleen technische maatregelen centraal staan, maar ook inzicht in gedrag en risico’s.
“Inzicht, inzicht, inzicht, dat is waar het om gaat.”

Samenwerking als
zwakke schakel
De afsluitende
bijdrage van commandeur Paul Flos, programmadirecteur Internationale
Maritieme Materieelsamenwerking binnen Europa bij het Ministerie van
Defensie, bracht de verschillende thema’s samen in één
overkoepelende uitdaging: samenwerking.
Flos schetste een
wereld waarin de tijdsdruk toeneemt en onzekerheid de norm is, mede
op basis van inzichten uit het NATO Industry Forum in Boekarest. “We
zitten in een race tegen de tijd als het gaat om ons weerbaar maken
voor de oorlog van de toekomst.”
Volgens hem is het huidige samenwerkingsmodel niet ingericht op die realiteit. Het is nog te veel gebaseerd op voorspelbaarheid, controle en het afdekken van risico’s.
“Ons
samenwerkingsmodel is nog steeds gebaseerd op één aanname: alles is
te voorspellen, te specificeren en dicht te contracteren. Dat is geen
strategie, dat is wensdenken.”
Dat leidt in de
praktijk tot transactionele relaties waarin partijen vooral bezig
zijn met het beperken van risico’s en aansprakelijkheid. “Wat we
nu partnerschap noemen is in de praktijk vaak wederzijds wantrouwen
in een transactionele relatie.”
Echt partnerschap vraagt volgens Flos om het delen van risico’s en het accepteren van onzekerheid. Dat is volgens hem precies waar het nu wringt. “Organisaties willen vaak wel de voordelen van een partnerschap, maar niet de bijbehorende kwetsbaarheid.”
Daarbij speelt ook
het systeem zelf een rol, dat gedrag beloont dat juist haaks staat op
samenwerking. “We hebben met zijn allen een systeem gebouwd dat
vertrouwen actief ontmoedigt.”
Volgens Flos moeten
organisaties daarom niet alleen hun samenwerking herzien, maar ook de
onderliggende prikkels en structuren. “Zolang deze zaken niet
veranderen, blijft elke oproep tot samenwerking hol.”
Van analyse naar
uitvoering
Wat de vier
presentaties met elkaar verbindt, is de spanning tussen inzicht en
uitvoering. De noodzaak tot verandering wordt breed erkend — of het
nu gaat om digitaliseringsstrategie, soevereiniteit, AI-beveiliging
of samenwerking — maar de stap naar concrete actie blijkt complex.
“Als we alleen blijven praten over echt partnerschap, blijven we
falen in de uitvoering,” stelde Flos.
Het GovTech Diner
liet daarmee zien dat de grootste uitdaging niet ligt in het
formuleren van ambities, maar in het doorbreken van bestaande
patronen. Dat vraagt om andere keuzes in governance, samenwerking en
risicobereidheid.
Of, zoals het impliciet uit alle bijdragen naar voren kwam: digitale weerbaarheid is geen kwestie van technologie alleen, maar van organisatie, gedrag en samenwerking.